Alle soorten › Roofdieren › Marterachtigen › Boommarter
Boommarter | Martes martes
Pine marten | Marta
De boommarter is een marter van oud bos die een groot deel van de tijd in bomen doorbrengt, holtes afzoekt en er ook slaapt en werpt. Hij komt voor van Ierland en het Iberisch Schiereiland tot West-Siberië en op de grote eilanden in de Middellandse Zee. Naast hem leeft in het grootste deel van Europa de steenmarter; de scheiding tussen die twee is het vaste vraagstuk bij elke marterwaarneming.
Sporen
De prent toont vijf tenen, meestal met nagelindrukken. De voorvoet meet 35 tot 45 mm breed en 35 tot 40 mm lang, de achtervoet ongeveer 40 mm breed en 48 mm lang. Omdat de zolen behaard zijn, drukken de kussens in sneeuw en zachte modder minder scherp af dan bij de steenmarter; betrouwbaar is dat verschil alleen in goede afdrukken. De spoorbreedte ligt rond 10 cm, de pas in stap rond 35 cm en in galop 60 tot 90 cm; in galop liggen de prenten in paren of groepjes. De keutel is 5 tot 12 cm lang en 10 tot 15 mm dik, vaak gedraaid, met insnoeringen en een puntig uiteinde; de kleur varieert van zwart tot grijs, en in zomer en herfst zitten er pitten en zaden van bessen en vruchten in. Keutels liggen bij rust- en nestplaatsen of verspreid door het territorium, vaak op een verhoging. Verder: geplukte veren op dikke takken bij keutels, leeggegeten eieren, gedeeltelijk leeggegeten huiden van kleine zoogdieren, afgebeten koppen van bijvoorbeeld konijn of egel, en grotere eieren die in zand of mos worden begraven. Het verschil met steenmarterkeutels is aan de keutel zelf niet vast te stellen; DNA-analyse van keutels wordt in monitoring gebruikt om de twee te scheiden.
Herkenning
Een slanke marterachtige met lange romp, korte poten en een borstelige staart van ongeveer de halve kop-romplengte. De vacht is geelbruin tot donker kastanjebruin, met een gele tot oranjegele keel- en borstvlek die aan de onderkant meestal afgerond eindigt. De onderwol op de flanken is donker grijsbruin. Het neusspiegeltje is zwart tot donkerbruin, de oren zijn vrij groot, afgerond en hebben een lichte rand. De voetzolen zijn behaard. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes; het gewicht loopt van ongeveer 0,9 tot 2 kg.
Gelijkende soorten
De steenmarter is de enige soort waarmee verwarring voortdurend speelt. De kenmerken die het meest opleveren: de keelvlek is bij de boommarter geel tot oranje, bij de steenmarter wit en vaak gevorkt, met twee uitlopers tot op de voorpoten; de onderwol is bij de boommarter donker, bij de steenmarter licht, wat bij opengeblazen of natte vacht zichtbaar wordt; de neus is bij de boommarter zwart of donkerbruin, bij de steenmarter vleeskleurig. Op een cameravalbeeld of in de koplamp is de kleur van de keelvlek onbetrouwbaar door belichting en invalshoek; een foto die de neus en de vorm van de vlek toont, geeft meer houvast. De Amerikaanse nerts en de bunzing zijn kleiner, korter gestaard, hebben geen gekleurde keelvlek en leven meer bij water en op de grond; de bunzing heeft bovendien een gezichtsmasker.
Leefgebied
Rijp loof- en naaldbos met oude bomen en holtes. In Noorwegen heeft de soort een voorkeur voor sparrenbos met grote bomen en mijdt ze kaalslagen en open terrein; in Wit-Rusland liggen de dichtheden in bos op kleigrond hoger dan in bos op zand, waar de dieren zich op de beekdalen concentreren. Rustplaatsen liggen in holle bomen en stammen, onder takkenhopen, onder de sneeuw, in rotsspleten en in gebouwen. In Groot-Brittannië lag van de onderzochte rustplaatsen 44 procent in bomen, 28 procent tussen rotsen en 14 procent in gebouwen, en 70 procent lag boven de grond. Op de Balearen leeft de soort in mediterraan bos.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Het grootste deel van Europa tot in West-Siberië, met de grote eilanden in de Middellandse Zee (Mallorca, Menorca, Corsica, Sardinië, Sicilië), en verder Turkije, de Kaukasus, Irak en Iran. De Mammal Diversity Database noemt binnen het gidsgebied onder meer Ierland en het Verenigd Koninkrijk, Scandinavië, Finland, het Iberisch Schiereiland, Italië, de Balkan en Oost-Europa. De soort is in de twintigste eeuw door de pelsjacht in veel gebieden sterk afgenomen, met een dieptepunt in de jaren zeventig, en heeft zich sindsdien in veel gebieden hersteld.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
Voornamelijk nachtactief, met in de zomer meer activiteit overdag, vooral bij vrouwtjes met jongen. In Polen viel 69 procent van de actieve tijd in de nacht. Gemiddeld is een boommarter ongeveer negen uur per dag actief, op warme dagen tot 13 uur en op koude dagen twee tot vijf uur; er is geen winterrust. Hij leeft solitair; territoria van dieren van hetzelfde geslacht overlappen nauwelijks, die van een mannetje overlappen met een of meer vrouwtjes. In het Poolse Białowieża meten de jaarlijkse leefgebieden gemiddeld 2,6 km² voor mannetjes en 1,4 km² voor vrouwtjes, en legt een dier gemiddeld 5,1 km per dag af. Het voedsel bestaat uit kleine zoogdieren (in Finland en Schotland vooral woelmuizen), vogels, eieren, eekhoorns, amfibieën, insecten, aas, honing, bessen (onder meer lijsterbes) en paddenstoelen; overschot wordt verstopt. De paartijd valt midden in de zomer; door verlengde kiemrust worden de jongen pas in maart of april geboren, na een totale draagtijd van 230 tot 275 dagen. Een worp telt twee tot acht, meestal drie tot vijf jongen van ongeveer 30 gram; de ogen gaan na 32 tot 38 dagen open, na zes tot zeven weken worden ze gespeend en in de herfst worden ze zelfstandig. Geslachtsrijpheid volgt in het tweede jaar.
Waar en wanneer kijken
De boommarter is het meest haalbaar via zijn sporen en via een cameraval. Zoek keutels op boomstronken, omgevallen stammen, bospaden en bij nestkasten en holle bomen; in de sneeuw is het galopspoor met paarsgewijze prenten van een marter te volgen tot een boom of een holte. Een cameraval bij een holle boom of op een omgevallen stam levert vaak beelden op; zorg dat de keelvlek en de neus in beeld kunnen komen. In de schemering in de zomer is de kans om een dier zelf te zien het grootst, omdat dan ook overdag activiteit voorkomt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC, 2016). De soort werd lange tijd intensief bejaagd om de pels, wat in de jaren zeventig tot een sterke afname leidde; sindsdien is de populatie in veel gebieden hersteld. De boommarter staat op bijlage V van de Habitatrichtlijn. In een aantal landen is hij beschermd, in andere is jacht toegestaan. Oud bos met holle bomen is voor rust- en werpplaatsen van belang; waar zulke bomen ontbreken, gebruikt de soort vaker nestkasten, rotsen en gebouwen.
Wetenschappelijke naam
Martes martes | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Mustela Martes; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Martes is het laatlatijnse woord voor 'marter', overgenomen uit een Germaanse taal (vergelijk Duits Marder); de verdere herkomst is onbekend. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.





