Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Zwarte kraai
Zwarte kraai | Corvus corone
Carrion Crow | Corneja negra
In het gidsgebied komt deze soort vrijwel uitsluitend voor in de grijs-zwarte vorm, de bonte kraai, die door veel lijsten als aparte soort (Corvus cornix) wordt behandeld. In de Nijldelta, in de steden van Egypte en in de Levant is hij een van de meest vertrouwde vogels; in Irak leeft de opvallend bleke Mesopotamische vorm.
Geluid
Een hard, schrapend kraa kraa kraa, meestal in series van drie of vier, vaak met een buigende beweging van het lichaam; daarnaast een dof klok-klok, een ratelend alarm en zacht gemompel bij het nest.
Opname: Lucien Hueber — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Een forse, gedrongen kraai met een zware, licht gebogen snavel met bevederde basis, een donker oog en een afgeronde staart. De bonte vorm heeft kop, keel, bovenborst, vleugels, staart en dijen zwart en mantel, rug, borst en buik grijs, met een scherpe grens langs de zwarte borstlap. In Egypte en de Levant (pallescens) is het grijs bleek en is de vogel wat kleiner dan in Europa; de Irakese vorm capellanus is zo bleek grijs dat hij op afstand bijna wit lijkt. De geheel zwarte vorm heeft een groenblauwe glans. Jonge vogels zijn doffer, met bruiniger grijs. In de vlucht een rechte, ondiepe vleugelslag en een afgeronde staart.
Verwarringssoorten
De huiskraai (Corvus splendens) is kleiner en slanker, met een hoog voorhoofd en een grijze sjaal om een zwart gezicht, maar met een donkere rug en buik. De kauw (Coloeus monedula) is veel kleiner, met een grijze nek en een licht oog. De roek (Corvus frugilegus), een wintergast in Irak en de Levant, is geheel zwart met een kale, lichte snavelbasis. De raaf (Corvus corax) is veel groter met een wigstaart. Een geheel zwarte kraai in het gebied is eerder een jonge roek of een bruinnekraaf (Corvus ruficollis) dan een echte zwarte kraai.
Leefgebied
Geïrrigeerd cultuurland, dadelpalm- en boomgaarden, rivier- en kanaaloevers, dorpen, steden, parken en vuilstorten; in Egypte vrijwel overal in de bewoonde Nijlvallei. In Irak in het laagland van Tigris en Eufraat, ook in de moerassen. Nestelt in bomen, palmen en op masten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Egypte algemeen in de Nijldelta en de Nijlvallei tot voorbij Aswan, in de Fajoem, langs het Suezkanaal en aan de noordkust van de Sinaï. In de Levant in Israël (vooral de kustvlakte, de noordelijke valleien en de steden), in Samaria en Judea, Libanon, West- en Noord-Syrië en Noordwest-Jordanië; in Irak de vorm capellanus in het laagland van Tigris en Eufraat tot Basra. Daarbuiten zeer schaars: de Mesopotamische vorm is als dwaalgast in Koeweit (2012) en de Verenigde Arabische Emiraten (2012) gezien, en in Noord-Saoedi-Arabië is hij zeldzaam. In de Maghreb en Libië ontbreekt de soort; de zwarte vorm is in het hele gebied hooguit een uitzonderlijke dwaalgast. Daarbuiten broedt de bonte kraai van Ierland en Scandinavië tot West-Siberië, Turkije en Iran, de zwarte vorm in West-Europa en, als aparte populatie, in Oost-Azië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Caïro, Alexandrië en langs de Nijl hoef je niet te zoeken. Wie de bijna witte Mesopotamische vorm wil zien, moet naar Zuid-Irak, bijvoorbeeld de moerassen bij Chibayish. In Egypte en Israël is de kraai de gewone gastheer van de kuifkoekoek (Clamator glandarius): een kraaiennest met een luidruchtige jonge koekoek is in het voorjaar geen zeldzaamheid.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied algemeen in Egypte en de Levant en zeker niet afnemend; in Irak lokaal algemeen. Er is geen reden tot zorg.
Wetenschappelijke naam
Corvus corone | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Corvus voerde hij in datzelfde werk in. Corvus is het Latijnse woord voor 'raaf'. corone komt van het Griekse korone 'kraai'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Engeland.


