Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Roek
Roek | Corvus frugilegus
Rook | Graja
Een grote, sociale kraai met een kale, grijswitte snavelbasis, die in het gidsgebied als wintergast in groepen naar het open akkerland van het noordoosten komt. De grootste aantallen overwinteren in Irak; in Noord-Israël en Syrië zijn groepen van tientallen tot honderden gewoon.
Geluid
Een schor, vlak kaah of gaah, minder rauw en hard dan bij de zwarte kraai; in zwermen een aanhoudend gekraai.
Opname: Arjun Dutta — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
41–49 cm. Zwart met een paarse glans, een spitse, rechte snavel met een kale, grijswitte huid rond de snavelbasis en het gezicht, een steil voorhoofd en hoge kruin, en losse 'broek'veren rond de dijen. Jonge vogels hebben tot in hun eerste voorjaar een bevederde snavelbasis en lijken dan sterk op een zwarte kraai. In de vlucht smallere vleugels met duidelijk gevingerde punten en een afgeronde staart; vliegt vaak in losse, luidruchtige zwermen met kauwen.
Verwarringssoorten
De zwarte kraai (Corvus corone), in het gidsgebied meestal in de grijs-zwarte bonte vorm, heeft een zwaardere, gebogen snavel met bevederde basis en een platte kruin; let vooral op jonge roeken. De raaf (Corvus corax) is veel groter met een wigvormige staart. De kauw (Coloeus monedula) is kleiner, met grijze nek en lichte iris.
Leefgebied
Open akkerland, irrigatielandbouw, weiden en stoppelvelden, vaak bij vuilnisbelten en rond dorpen. Zoekt in groepen voedsel op de grond, vooral graan, wortels en ongewervelden, en overnacht gezamenlijk in boomgroepen of rietvelden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Wintergast van oktober tot maart in het noordoosten van het gebied. Het talrijkst in Irak, in het noorden en het centrum tot rond Bagdad en verder zuidelijk. Ook in Noord-Syrië en geregeld in Noord-Israël (Hulavallei, Jizreëlvallei). Zeldzaam en onregelmatig in Jordanië, Libanon en Koeweit; elders in Arabië en Noord-Afrika vrijwel afwezig. Broedt van West-Europa via Turkije en Iran tot Oost-Azië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de winter zijn de akkers en visvijvers van de Hulavallei in Noord-Israël de beste plek, waar zwermen roeken en kauwen samen foerageren en 's avonds naar hun slaapplaats trekken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied geen specifieke bedreigingen bekend; plaatselijk vergiftiging en bejaging op akkerland. Elders in Europa achteruitgegaan door intensivering van de landbouw.
Wetenschappelijke naam
Corvus frugilegus | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Corvus voerde hij in datzelfde werk in. Corvus is het Latijnse woord voor 'raaf'. frugilegus betekent 'vruchten verzamelend', van frux (stam frug-) 'veldvrucht' en legere 'oprapen', naar het zoeken naar voedsel op de akker. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.

