Alle soorten › Trapachtigen › Trappen › Westelijke kraagtrap
Westelijke kraagtrap | Chlamydotis undulata
African Houbara | Avutarda hubara africana
De kraagtrap van de Maghreb en de Sahara, sinds 2003 als aparte soort gescheiden van zijn oostelijke verwant. Hij leeft verspreid over de steenwoestijnen en steppen van Marokko tot de Westelijke Woestijn van Egypte, en is door zijn schuwheid en schutkleur een van de moeilijkst te vinden vogels van Noord-Afrika.
Geluid
Praktisch zwijgzaam. Een baltsende man laat hooguit een laag, dof brommen horen dat op dertig meter al tegen de wind wegvalt. Dit is een soort die je met de kijker vindt of helemaal niet.
Opname: Larbi Badaoui — CC BY-NC 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Hoogpotige trap met een lange grijze hals en een korte, brede romp. De bovendelen zijn warm zandbruin met dichte donkere golfjes en pijlpunten, de onderdelen wit. Langs de zijkant van de hals hangt een band van losse, verlengde zwarte veren met wit aan de basis, en op de kruin staat een korte, overwegend zwarte kuif. De poten zijn lang en groengrijs. In balts slaat de man de hals- en kruinveren over zijn kop en draaft hij als een witte bol een vaste ronde af, van december tot maart. In vlucht een groot wit veld aan de basis van de handpennen met een zwarte punt, de hals recht vooruit en trage, diepe slagen.
Verwarringssoorten
De oostelijke kraagtrap (Chlamydotis macqueenii), ten oosten van de Nijl, is bleker en grijzer zandkleurig, met een witte, zwartgetipte kuif en een langere halsband; de verspreiding scheidt de twee. De grote trap (Otis tarda) van Noord-Marokko is veel groter en leeft tussen het graan, en de kleine trap (Tetrax tetrax) is kleiner, korthalziger en vliegt snel met fluitende vleugels.
Leefgebied
Vlakke tot licht golvende steen- en grindwoestijn, alfa-steppe en halfwoestijn met verspreide lage struiken, en vlakten met spaarzame begroeiing aan de rand van de zandwoestijn; in het noorden ook droge, stenige weiden. Mijdt bergland, bos en dicht bebouwde streken. Leeft zeer verscholen en drukt zich bij gevaar plat tegen de grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Marokko: verspreid over de hoogvlakten van het oosten, de vlakten ten zuiden van de Hoge Atlas, de Souss en het Draagebied, zuidwaarts tot in de West-Sahara. Algerije: de Hoge Plateaus en de noordelijke Sahara. Tunesië: het zuiden en de randen van de chotts. Libië: de halfwoestijnen van Tripolitanië en Cyrenaica. Egypte: de Westelijke Woestijn en de noordkust ten westen van de Nijl. In Oost-Marokko worden sinds de jaren negentig grote aantallen gekweekte vogels uitgezet. Buiten het gebied: Mauritanië en de noordrand van Mali, Niger en Tsjaad; een aparte ondersoort leeft op de oostelijke Canarische Eilanden.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste kansen liggen in Oost-Marokko, op de hoogvlakten tussen Missour, Tendrara en Bouarfa, waar het uitzetprogramma de dichtheden hoog houdt, en in de winter op de vlakten van de West-Sahara. Rijd vroeg in de ochtend langzaam langs de pistes en speur met een telescoop: een stilstaande kraagtrap is in de stenige vlakte bijna onzichtbaar, maar een baltsende man is een witte stip die zich voortbeweegt.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar. Jacht met valken, in de winter vooral door gezelschappen uit de Golfstaten, stroperij, het rapen van eieren en verlies van steppe door overbegrazing, akkerbouw en bebouwing hebben de soort in grote delen van Noord-Afrika sterk doen afnemen. De uitzettingen in Marokko houden de aantallen daar op peil, maar het is onduidelijk hoeveel wilde vogels er in Algerije, Libië en Egypte nog leven.
Wetenschappelijke naam
Chlamydotis undulata | (Jacquin, 1784)
Jacquin beschreef de soort in 1784 als Psophia undulata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chlamydotis werd in 1839 ingevoerd door Lesson. Chlamydotis is Grieks, van khlamus 'ruitermantel met verzwaarde punten' en otis 'trap'. undulata is Latijn voor 'gegolfd', naar de fijne golftekening op het verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tripoli in Libië.


