Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Roodpootgent
Roodpootgent | Sula sula
Red-Footed Booby | Piquero patirrojo
De kleinste en meest boomgebonden gent, een tropische zeevogel die op afgelegen oceaaneilanden in struiken en bomen nestelt en ver op zee naar vliegende vissen en inktvissen jaagt. De dichtstbijzijnde kolonies liggen op Aldabra en de buitenste Seychellen; in het gidsgebied is hij een zeldzame zwerver langs de Arabische kusten.
Geluid
Op zee stil. In de kolonie een schor, ratelend ka-ka-ka en krassende roepen.
Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Slank en vrij klein, met een lange wigvormige staart, smalle vleugels en een betrekkelijk korte, lichtblauwe snavel met een roze basis. De poten zijn bij volwassen vogels felrood. Er bestaan meerdere kleurvormen: de witte vorm is wit met zwarte hand- en armpennen en een zwarte vlek op de ondervleugel bij de pols; de bruine vorm is egaal grijsbruin; tussenvormen zijn bruin met een witte staart en witte stuit. Jonge vogels zijn egaal grijsbruin met een donkere snavel en grijze tot roze poten, en hebben een donkere ondervleugel zonder lichte lengtebaan. Vliegt licht en vlug, met snellere slagen dan de andere genten, en zit graag op masten en relingen van schepen.
Verwarringssoorten
De maskergent (Sula dactylatra) is veel groter en zwaarder, heeft een gele snavel, een zwart masker en een zwarte staart, en grijsgroene poten; de witte roodpootgent heeft een witte staart en de zwarte polsvlek ontbreekt bij de maskergent. Jonge bruine genten (Sula leucogaster) hebben een afgetekende lichtere buik en een lichte baan over de ondervleugel. Een jonge roodpootgent is overal egaal bruin, ook op de ondervleugel.
Leefgebied
Warme, diepe oceaan ver uit de kust, waar hij vaak in de schemering jaagt op vliegende vissen en inktvis. Broedt in bomen en struiken op tropische eilanden. Zwervers rusten op schepen, boeien, booreilanden en de kooien van viskwekerijen en komen soms aan land op eilandjes.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Oman: een handvol gevallen langs de kust van de Arabische Zee, onder meer bij Ras al-Hadd (1979), bij Al Khaluf (2001), bij Ras Madrakah (2018) en op zee voor Mirbat (2024). Verenigde Arabische Emiraten: tot eind 2023 zeven waarnemingen in 45 jaar, waarvan de laatste bij de viskwekerijen voor Ras Dibba aan de Golf van Oman, en in januari 2025 een vogel op het eiland Qarnain in de Perzische Golf. Saoedi-Arabië: in 2023 en 2024 waargenomen bij Jizan en vanaf de veerboot naar de Farasan-eilanden in de Rode Zee. Niet vastgesteld in Noord-Afrika. Broedt in alle tropische oceanen; in de Indische Oceaan onder meer op Aldabra, de Seychellen, de Chagos-eilanden en Christmaseiland. Sommige zwervers liften waarschijnlijk mee op schepen.
Hoe en wanneer kijken
Pelagische tochten voor Mirbat in Dhofar en boottochten naar de viskwekerijen bij Dibba bieden de beste kans; kijk ook naar gents op masten en boeien. Let bij een bruine gent zonder lichte buik altijd op de pootkleur en de snavel.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, met een grote populatie van naar schatting meer dan een miljoen vogels. Plaatselijk bedreigd door ingevoerde ratten en katten, het verlies van broedbomen en jacht; in het gidsgebied alleen een dwaalgast.
Wetenschappelijke naam
Sula sula | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Pelecanus Sula; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sula werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Sula gaat terug op súla, het Oudnoorse en IJslandse woord voor de jan-van-gent; die naam ging over op de genten. sula komt van het Oudnoorse en IJslandse súla, de naam voor de jan-van-gent. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Barbados (later aangewezen).

