Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Kaapse jan-van-gent

Kaapse jan-van-gent | Morus capensis

Cape Gannet | Alcatraz del Cabo

De zuidelijke tegenhanger van de jan-van-gent, die broedt op een handvol eilanden voor de kust van Namibië en Zuid-Afrika. Buiten de broedtijd zwerven vooral jonge vogels langs Oost- en West-Afrika naar het noorden; in het gidsgebied is hij alleen in Oman vastgesteld.

Kaapse jan-van-gent (Morus capensis)
Foto: Roland Riedel — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Buiten de kolonie stil. Op de broedplaats een hard, schor warrah, zoals bij de jan-van-gent.

Luister: VluchtroepXC269559

Opname: Daniel Danckwerts — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Bouw en vluchtbeeld als de jan-van-gent: lange spitse snavel, spitse staart en lange, smalle vleugels. De volwassen vogel is wit met een okergele kop en achterhals, maar heeft zwarte hand- én armpennen, zodat de hele achterrand van de vleugel zwart is, en een geheel zwarte staart. De zwarte keelstreep is lang en loopt ver de hals af. Jonge vogels zijn donker grijsbruin met witte stippels en vrijwel niet te onderscheiden van jonge jan-van-genten; onvolwassen vogels in overgangskleed tonen al vroeg een zwarte staart en zwarte armpennen.

Verwarrings­soorten

De jan-van-gent (Morus bassanus) heeft witte armpennen, een witte staart (bij onvolwassen vogels soms met enkele donkere pennen) en een kortere keelstreep. De Australische jan-van-gent (Morus serrator), die niet in het gebied is vastgesteld, heeft een zwarte staart met witte buitenste pennen en een korte keelstreep. De maskergent (Sula dactylatra), de gent die in de Arabische Zee het meest voorkomt, is kleiner, heeft een witte kop met een zwart masker en een gele snavel.

Leefgebied

Koude, voedselrijke kustwateren boven het continentaal plat, waar hij jaagt op sardines en ansjovis, vaak in groepen en achter trawlers. Zwervende vogels houden zich op open zee en langs kusten op, soms tussen andere zeevogels bij vissersboten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Oman: in maart 2004 een vogel bij Jazirat al-Shinas aan de Golf van Oman en in november 2015 een vogel bij de Daymaniyat-eilanden; de soort staat op de Omaanse lijst als toevallige gast. Elders in het gidsgebied geen aanvaarde gevallen; een oude melding voor de Westelijke Sahara uit 1966 berust vrijwel zeker op een vergissing in de positie. Broedt op zes eilanden voor Namibië en Zuid-Afrika; buiten de broedtijd zwerft hij langs de westkust tot de Golf van Guinee en langs de oostkust tot Mozambique en Kenia. In het West-Palearctisch gebied is alleen een waarneming bij de Azoren uit 2016 aanvaard.

Hoe en wanneer kijken

Elke jan-van-gent in de Golf van Oman of de Arabische Zee verdient een tweede blik: let op de staart, de armpennen en de lengte van de keelstreep, en fotografeer de vogel. Kijk vooral bij viskwekerijen en vissersboten, waar zwervende zeevogels zich verzamelen.

Staat van instandhouding

Bedreigd. De wereldpopulatie is sinds de jaren vijftig meer dan gehalveerd, vooral door het instorten van de sardine- en ansjovisvoorraden voor Namibië en Zuid-Afrika; daarnaast spelen bijvangst, olievervuiling en predatie door pelsrobben een rol. Voor het gidsgebied is de soort slechts een zeldzame zwerver.

Wetenschappelijke naam

Morus capensis | (Lichtenstein, 1823)

Lichtenstein beschreef de soort in 1823 als Dysporus capensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Morus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Morus gaat terug op het Griekse mōros 'dwaas, dom': vroege reizigers merkten op dat genten en jan-van-genten zich op de broedplaats zonder schuwheid lieten naderen en doden. capensis is Latijn voor 'van de Kaap', naar Kaap de Goede Hoop waar de soort broedt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.