Alle soorten › Zandhoenderachtigen › Zandhoenders › Roodbuikzandhoen

Roodbuikzandhoen | Pterocles exustus

Chestnut-Bellied Sandgrouse | Ganga moruna

Het zandhoen van de Arabische laagvlakten en de Sahel: een slank, egaal zandkleurig zandhoen met staartspelden en een donkere, bijna zwartbruine buik. In het gidsgebied is het vooral een vogel van Saoedi-Arabië, Jemen en Oman; de eigen ondersoort van de Nijlvallei in Egypte is verdwenen.

Roodbuikzandhoen (Pterocles exustus)
Foto: Arun Thangaraj — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In vlucht een keelachtig, kakelend kwit-kwerr kwit-kwerr of gutter-gutter, lager en hortender dan de roep van het sahelzandhoen. Groepen roepen vooral bij het naderen van water.

Luister: VluchtroepXC1094445

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Middelgroot en slank, met spitse vleugels en twee lange, dunne middelste staartpennen. Het mannetje is grijsbruin tot okerkleurig, met een geelachtig gezicht en keel, een smalle zwarte borstlijn en daaronder een bleke borst die overgaat in een donker kastanjebruine tot zwartbruine buik. De vleugeldekveren dragen grote lichte vlekken. Het vrouwtje is dicht gestreept en gebandeerd op kop, borst en rug, met een bleke borstband boven de gebandeerde donkere buik. In vlucht valt de geheel donkere ondervleugel op, inclusief de dekveren: geen wit vlak zoals bij het witbuikzandhoen.

Verwarrings­soorten

Het sahelzandhoen (Pterocles senegallus) heeft ook staartspelden maar een bleke buik met alleen een smalle zwarte middenstreep en lichte ondervleugeldekveren. Het witbuikzandhoen (Pterocles alchata) heeft een witte buik en witte ondervleugel. Het zwartbuikzandhoen (Pterocles orientalis) is forser, zonder staartspelden, met een zwarte buik maar witte ondervleugeldekveren, en leeft noordelijker. Lichtensteins zandhoen (Pterocles lichtensteinii) en het kroonzandhoen (Pterocles coronatus) missen de staartspelden.

Leefgebied

Vlak, open terrein met schaarse begroeiing: grindvlakten met verspreide acacia's, droog doornstruweel, halfwoestijn met grasplukken, de kustvlakte van de Tihama en ook braakliggende akkers en irrigatielandbouw aan de rand. Mijdt hoge zandduinen en gebergte. Drinkt in de ochtenduren, vaak in grote groepen, bij bronnen, putten, drinkbakken en de rand van stuwmeren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in het zuidwesten en zuiden van Arabië (ondersoort P. e. erlangeri): in Saoedi-Arabië langs de Tihama en in het westelijk en zuidelijk binnenland, in Jemen van de kustvlakte tot het oostelijke binnenland, en in Oman in de centrale vlakten en Dhofar; in de VAE zeldzaam en onregelmatig. In Egypte leefde de ondersoort P. e. floweri in de Nijlvallei en de Fajoem; die is sinds de jaren zeventig niet meer met zekerheid gezien en geldt als uitgestorven. Buiten het gebied in de Sahel van Senegal en Mauritanië tot Soedan en Ethiopië, in Oost-Afrika tot Tanzania, en in Zuid-Iran, Pakistan en India.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ga in Oman of Zuid-Saoedi-Arabië 's ochtends naar een put of drinkbak op de vlakte en wacht vanaf een uur na zonsopgang; groepen kondigen zich van ver aan met hun keelachtige roep. In Jemen zijn de akkers en waterpunten van de Tihama de beste plek.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Afrika en Zuid-Azië op veel plaatsen algemeen. In het gidsgebied is het beeld wisselend: de Egyptische populatie is verdwenen door de omvorming van de Nijlvallei tot landbouwgrond en door jacht, en in delen van Arabië staan de aantallen onder druk van jacht aan drinkplaatsen en overbegrazing. Over de stand in Jemen en Saoedi-Arabië is weinig recente informatie.

Wetenschappelijke naam

Pterocles exustus | Temminck, 1825

Temminck beschreef de soort in 1825 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Pterocles werd in 1815 ingevoerd door Temminck. Pterocles is Grieks, van pteron 'vleugel' en -klēs 'befaamd, schitterend'. exustus is Latijn voor 'verbrand' of 'verschroeid', van exurere 'verbranden', naar de donkere buik. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.