Alle soorten › Zandhoenderachtigen › Zandhoenders › Kroonzandhoen
Kroonzandhoen | Pterocles coronatus
Crowned Sandgrouse | Ganga coronada
Het zandhoen van de kale steen- en grindwoestijn, van de hamada ten zuiden van de Atlas tot de grindvlakten van Oman. Klein, gedrongen en zonder staartspelden, met bij het mannetje een kort zwart-wit masker rond de snavel. Op de grond is hij tegen het donkere gesteente vrijwel onvindbaar; je merkt hem op aan zijn harde, nasale roep.
Geluid
Een hard, nasaal en meerlettergrepig tsjaga-tsjagarra of kla-kla-klakla, in vlucht door de hele groep herhaald. Scherper, sneller en meer geknepen dan het borrelende kwitoe van het sahelzandhoen.
Opname: Patrik Åberg — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Klein en compact, met een korte, spits toelopende staart zonder verlengde pennen. Het mannetje heeft een roodbruine kruin omzoomd door blauwgrijs, een oranjegele wang en keel en een zwarte vlek die van het voorhoofd langs de snavelbasis naar de kin loopt, wit afgezet. Borst en buik zijn effen grijsroze tot zandkleurig, zonder borstband of buikstreep; rug en vleugeldekveren zijn okerkleurig met lichte vlekken. Het vrouwtje heeft een gele keel en is op kop, borst en rug dicht en fijn donker gebandeerd. In vlucht steken de donkere slagpennen af tegen de lichte vleugeldekveren en de roomkleurige ondervleugel.
Verwarringssoorten
Het sahelzandhoen (Pterocles senegallus) is groter en slanker, met staartspelden, een zwarte middenstreep over de buik en bij het mannetje een effen oranje gezicht zonder zwart. Lichtensteins zandhoen (Pterocles lichtensteinii) is iets kleiner, overal grof zwart-wit gebandeerd, met een oranje snavel en bij het mannetje een zwart-witte voorhoofdstekening; hij drinkt in de schemering. Het roodbuikzandhoen (Pterocles exustus) heeft staartspelden en een donkere buik.
Leefgebied
De kaalste delen van de woestijn: hamada en reg (vlakke grindwoestijn), stenige vlakten, lage rotsige heuvels, de rand van bergen en brede, droge wadi's met nauwelijks begroeiing. Mijdt open zand en akkerland. Eet harde zaden en wat groen. Drinkt in de ochtend, vaak midden in de ochtend, in kleinere groepen dan het sahelzandhoen, soms op dezelfde drinkplaats.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Door het woestijngebied van het hele gidsgebied. In de Maghreb ten zuiden van de Hoge Atlas: Zuidoost-Marokko (de Tagdilt-vlakte bij Boumalne Dadès, de omgeving van Ouarzazate, de Draa en de Tafilalt) en de Westelijke Sahara, de Algerijnse Sahara inclusief de Ahaggar, Zuid-Tunesië en de Libische Sahara. Egypte: de Westelijke en Oostelijke Woestijn en de Sinaï. In het oosten in Israël (Negev en Arava), Zuid- en Oost-Jordanië, Saoedi-Arabië, Jemen, Oman en schaars in de VAE en de westelijke woestijn van Irak. Buiten het gebied in de zuidelijke Sahara en de Sahel van Mauritanië tot Soedan, en van Iran tot Pakistan.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op de Tagdilt-vlakte bij Boumalne Dadès en in de grindwoestijn van de zuidelijke Arava: rijd langzaam over de vlakte en stop regelmatig om te luisteren, want het nasale roepje van overvliegende groepen is meestal het eerste wat je hoort. Vind je een drinkplaats, kom er dan kort na zonsopgang en blijf op ruime afstand.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en in de Sahara en Arabië verspreid voorkomend, maar overal in lage dichtheden. Aantallen schommelen met regenval en zaadaanbod. Aan de noordrand van het verspreidingsgebied, zoals in Israël en Marokko, spelen verstoring en verlies van rustige drinkplaatsen een rol, en elders jacht aan het water; betrouwbare trends zijn er nauwelijks.
Wetenschappelijke naam
Pterocles coronatus | Lichtenstein, 1823
Lichtenstein beschreef de soort in 1823 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Pterocles werd in 1815 ingevoerd door Temminck. Pterocles is Grieks, van pteron 'vleugel' en -klēs 'befaamd, schitterend'. coronatus is Latijn voor 'gekroond', van corona 'krans, kroon', naar de zwart-witte koptekening van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nubië.


