Alle soorten › Zangvogels › Honingzuigers › Nijlhoningzuiger
Nijlhoningzuiger | Hedydipna metallica
Nile Valley Sunbird | Suimanga del Nilo
De nijlhoningzuiger is de kleinste honingzuiger van het gebied en het mannetje met zijn lange staartspelden de opvallendste. Hij is de honingzuiger van de Egyptische Nijlvallei en komt daarnaast voor in de acaciawadi's van Zuidwest-Arabië.
Geluid
De roep is een dun, hoog tsie of tsjie-tsjie; de zang is een snelle, hoge, wat krassende twitterreeks, vaak afgesloten met een trillertje, gezongen vanaf een uitstekende tak.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
9–10 cm, het mannetje in broedkleed 15–17 cm door de twee sterk verlengde middelste staartpennen. Korte, licht gebogen snavel. Het mannetje is metaalglanzend groen op kop, keel en rug, met een violetpaarse stuit en een smalle violetblauwe band over de borst, en heldergele onderdelen; vleugels en staart zijn zwartachtig. In het rustkleed (ongeveer juli–december) is het mannetje vrouwtjesachtig, maar houdt het vaak wat groene glans en soms de staartspelden. Het vrouwtje is grijsbruin boven en lichtgeel onder, met een vage lichte wenkbrauw en een korte, donkere staart met witte zijkanten.
Verwarringssoorten
De kleine honingzuiger (Hedydipna platura), alleen als dwaalgast in het uiterste zuiden van Algerije, lijkt sterk maar het mannetje mist de violetblauwe borstband en heeft een bronsgroene in plaats van violette stuit. De Palestijnse honingzuiger (Cinnyris osea) en de Arabische honingzuiger (Cinnyris hellmayri) hebben een langere, sterker gebogen snavel, geen staartspelden en, als vrouwtje, geen gele onderdelen. Het vrouwtje van de purperhoningzuiger (Cinnyris asiaticus) is ook geel onder maar heeft een langere gebogen snavel en leeft niet in Egypte of Zuidwest-Arabië.
Leefgebied
In Egypte tuinen, parken, boomgaarden en akkerranden met bloeiende struiken in de Nijlvallei, vaak bij Calotropis en sierplanten. In Arabië acaciawadi's en droge, beboste valleien aan de voet van de bergen en de kustvlakte van de Tihama, tot ongeveer 1500 m.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Egypte langs de Nijl van Caïro en Gizeh zuidwaarts tot Aswan en het Nassermeer; in de Delta schaars. In Arabië in het zuidwesten van Saoedi-Arabië (Tihama en de lagere hellingen van Asir), in West-Jemen en in Dhofar in Zuid-Oman. Daarbuiten in Soedan, Eritrea, Ethiopië, Djibouti en Noord-Somalië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Egypte is hij goed te vinden in de tuinen van Luxor en Aswan en op de eilanden in de Nijl: kijk in bloeiende struiken en luister naar de hoge twitterzang. De mannetjes met staartspelden zie je vooral van februari tot juni.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). In de Nijlvallei algemeen en profiteert van tuinen en irrigatielandbouw; ook in Zuidwest-Arabië plaatselijk algemeen.
Wetenschappelijke naam
Hedydipna metallica | (Lichtenstein, 1823)
Lichtenstein beschreef de soort in 1823 als Nectarinia metallica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hedydipna werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Hedydipna komt van het Griekse hēdudeipnos, 'die zoet dineert', van hēdus, 'zoet', en deipneō, 'dineren' — naar het nectarrijke dieet van deze honingzuigers. metallica is Latijn voor 'metaalachtig', naar het metaalglanzende verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dongola in Soedan.


