Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Blauwstaart
Blauwstaart | Tarsiger cyanurus
Red-Flanked Bluetail | Ruiseñor coliazul
De blauwstaart is een kleine, schuwe lijsterachtige van de Siberische taiga die in Zuidoost-Azië overwintert. In het gidsgebied is hij een zeldzame dwaalgast, vrijwel alleen in de winter in parken en tuinen van de Emiraten; ook Israël en Bahrein hebben gevallen.
Geluid
De roep is een zacht, opwaarts hwiet gevolgd door een laag, hard tak-tak; overwinteraars laten vooral dit hwiet-tak-tak horen. De zang, een korte, weemoedige, dalende fluitstrofe, is in het gebied niet te verwachten.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
13–14 cm. Klein en compact, met een ronde kop, een groot donker oog in een lichte oogring en een rechtopstaande houding; de staart wordt voortdurend zacht opgewipt en weer neergelaten. Alle kleden delen twee kenmerken: een blauwe staart en stuit, en oranje flanken die scherp afsteken tegen de witte keel en de witte buik. Het volwassen mannetje is helderblauw op kop, rug en vleugeldekveren, met een lichtblauwe wenkbrauw en schouder. Vrouwtjes en jonge mannetjes, de vogels die als dwaalgast verschijnen, zijn olijfbruin boven, met een smalle witte keel omzoomd door bruin, en alleen stuit en staart blauw; de oranje flanken zijn ook bij hen duidelijk.
Verwarringssoorten
De roodborst (Erithacus rubecula) heeft een oranje gezicht en borst en een bruine staart. De kleine vliegenvanger (Ficedula parva) heeft een zwarte staart met witte vlakken en geen oranje flanken. De vrouwtjes van de gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus) en de zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros) hebben een oranjerode in plaats van blauwe staart. De Himalayablauwstaart (Tarsiger rufilatus), uit de Himalaya, is in het gebied niet vastgesteld; het mannetje is donkerder blauw en heeft een feller oranje flank.
Leefgebied
In de winter in schaduwrijke parken en tuinen met dichte struiken en een strooisellaag, vaak bij water en gazons; ook in oases. Foerageert laag bij de grond in de schaduw, valt vanaf een lage tak op insecten op de grond en is opvallend tam zodra hij een vaste plek heeft.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In de Emiraten enkele gevallen sinds 2008, waarvan meerdere vogels weken tot maanden in hetzelfde park overwinterden. In Israël en Bahrein elk minstens één geval. Elders in het gebied, ook in Koeweit, Oman en Saoedi-Arabië, te verwachten maar niet zeker vastgesteld. Daarbuiten broedt hij van Finland door de Siberische taiga tot Kamtsjatka en Japan, en overwintert hij in Zuid-China, Taiwan en Zuidoost-Azië; in West-Europa een jaarlijkse herfstdwaalgast.
Hoe en wanneer kijken
Een blauwstaart wordt in de Golf vooral bij toeval gevonden door wie in de winter de schaduwrijke delen van stadsparken en tuinen afzoekt. Luister naar het hwiet-tak-tak en let op een kleine vogel met een blauwe staart die laag in de schaduw zit. Meld een waarneming bij de nationale zeldzaamhedencommissie.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd; het areaal breidt zich in Finland westwaarts uit, wat het toegenomen aantal dwaalgasten in Europa en mogelijk ook in het Midden-Oosten verklaart. Als dwaalgast in het gidsgebied zonder eigen beschermingsvraagstuk.
Wetenschappelijke naam
Tarsiger cyanurus | (Pallas, 1773)
Pallas beschreef de soort in 1773 als Motacilla Cyanurus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tarsiger werd in 1845 ingevoerd door Hodgson. Tarsiger is gevormd uit het Griekse tarsos 'voetzool' en het Latijnse gerere 'dragen'. cyanurus is Grieks, van kuanos 'donkerblauw' en -ouros '-staartig', naar de blauwe staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Jenisej.

