Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Indische kievit

Indische kievit | Vanellus indicus

Red-Wattled Lapwing | Avefría india

Een grote, hoogpotige kievit met een zwarte kop, een rode lel voor het oog en een stem die dag en nacht te horen is. In het gidsgebied leeft hij in Mesopotamië en rond de Perzische Golf, waar hij met irrigatie, parken en golfbanen gestaag terrein wint.

Indische kievit (Vanellus indicus)
Foto: Anand Osuri — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zeer luidruchtig, ook 's nachts. Een schel, doordringend did-hie-doe-iet, vaak herhaald, en een kort tsjiek; bij gevaar bij het nest een aanhoudend, opgewonden geroep.

Luister: RoepXC1151607

Opname: Frantz Barrault — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Groot en slank, met lange heldergele poten. Kop, voorhals en borst zijn zwart, met een brede witte band die van achter het oog langs de halszijde naar de witte buik loopt. Voor het oog zit een vlezige rode lel; de snavel is rood met een zwarte punt. De bovendelen zijn olijfbruin met een lichte glans; vogels in Irak en de Golf (ondersoort aigneri) zijn bleker bruin dan Indiase. In vlucht een witte vleugelstreep over de grote dekveren, zwarte slagpennen en een witte staart met zwarte band voor de punt. Jonge vogels hebben een bruinere kop met witte kin en kleinere, doffere lellen.

Verwarrings­soorten

De sporenkievit (Vanellus spinosus) heeft zwarte poten, witte wangen en een zwarte borst en flanken, zonder lellen. De witstaartkievit (Vanellus leucurus) heeft ook lange gele poten, maar een egaal grijsbruine kop zonder zwart en een geheel witte staart. De kievit (Vanellus vanellus) heeft een kuif en korte donkere poten.

Leefgebied

Altijd bij water: oevers van irrigatiekanalen, vijvers, natte akkers, rioolwaterplassen en dadelpalmtuinen, en in de Golfstaten ook stadsparken, golfbanen en sportvelden. Het nest ligt op kale grond of tussen stenen, soms op een plat dak of een rotonde.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Standvogel in Irak, langs Tigris en Eufraat en in de moerassen van het zuiden, en in Koeweit (vooral Jahra en de boerderijen van Abdali en Wafra). In de Golfstaten een gevestigde broedvogel in Bahrein, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten, en in Noord-Oman. In Saoedi-Arabië schaars maar toenemend in de Oostprovincie, met waarnemingen bij Jubail, Dammam, Hofuf, Shaybah en Riyad; het eerste zekere broedgeval was in juni 2020 bij Jubail. Zeldzaam in Oost-Syrië; elders in het gebied hooguit een dwaalgast. Daarbuiten van Zuidoost-Turkije en Iran via Afghanistan en het Indisch subcontinent tot Zuidoost-Azië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de Emiraten en Qatar zijn parken, golfbanen en bevloeide grasvelden de makkelijkste plek; ga er vroeg in de ochtend heen, vóór de sproeiers en het publiek. In Koeweit zijn de plassen van Jahra goed. Meestal hoor je hem eerder dan je hem ziet.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in het gidsgebied toenemend. Irrigatie, groene stadsranden en kunstmatige wetlands hebben hem in enkele decennia van Irak en Koeweit tot Oost-Saoedi-Arabië en de Emiraten gebracht; plaatselijk lijdt hij onder verstoring en jacht.

Wetenschappelijke naam

Vanellus indicus | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Tringa Indica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Vanellus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Vanellus is Latijn voor 'kleine wan', een verkleinvorm van vannus 'wan'. indicus is Latijn voor 'Indisch', naar het Indische deel van het verspreidingsgebied. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Goa in India.