Alle soorten › Duikers › Duikers › IJsduiker
IJsduiker | Gavia immer
Common Loon | Colimbo grande
De grote, zware duiker van de Canadese meren en IJsland, die in Europa overwintert langs de Atlantische kusten van Noorwegen tot Portugal. Het gidsgebied ligt aan de uiterste zuidrand van dat winterareaal: in Marokko zijn slechts enkele gevallen bekend, en uit de rest van het gebied geen.
Geluid
In de winter zwijgend. In het broedgebied de beroemde jodelende en lachende roepen die over de Noord-Amerikaanse meren schallen, waaronder een langgerekt oo-AAH-ooo.
Opname: Jorge Valella Robledo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Groot en massief, met een zware, dolkvormige snavel, een hoekige kop met een steil voorhoofd en een dikke hals. In winterkleed donker grijsbruin boven, de bovendelen vaak met lichte randjes, en wit onder; de grens op de hals is onregelmatig, met een donkere halfkraag die op de halszijde naar voren insnijdt. Een lichte oogring valt op in het donkere gezicht. De snavel is in de winter bleek grijs met een donkere rugkam. In zomerkleed een glanzend zwarte kop, een gestreepte halsband en een zwart-wit geblokte rug. In vlucht groot en traag, met grote voeten die achter de staart uitsteken.
Verwarringssoorten
De parelduiker (Gavia arctica) is kleiner, met een slankere snavel, een rondere kop, een strakke rechte halsgrens en een witte flankvlek aan de waterlijn. De roodkeelduiker (Gavia stellata) is veel kleiner en bleker, met een dunne, opgewipte snavel. De aalscholver (Phalacrocorax carbo) ligt even laag in het water, maar heeft een gehaakte snavel, een langere staart en is geheel donker.
Leefgebied
In de winter kustwateren, baaien en open zee vlak onder de kust, vaak iets verder uit de kust dan de andere duikers. Jaagt duikend op vis en krabben.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Marokko: dwaalgast met enkele aanvaarde gevallen, vrijwel alle aan de noordelijke Atlantische kust en in de Straat van Gibraltar, in de winter. Uit de overige landen van het gidsgebied zijn geen gevallen bekend. Daarbuiten broedt hij in Canada, Alaska, het noorden van de Verenigde Staten, Groenland en IJsland; overwintert langs de Atlantische en Pacifische kusten van Noord-Amerika en in Europa van Noorwegen en de Britse Eilanden tot Noordwest-Spanje en Portugal, zeldzaam in de westelijke Middellandse Zee.
Hoe en wanneer kijken
Een waarneming in het gidsgebied is uitzonderlijk; de beste kans bieden zeetrektellingen vanaf Kaap Spartel en de havenpieren van Tanger en Larache na winterstormen uit het noordwesten. Fotografeer de kop en halsgrens goed en meld de vogel bij het Marokkaanse zeldzaamhedencomité.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In Noord-Amerika gevoelig voor verzuring en kwikvervuiling van meren, recreatie en loodvergiftiging door vislood; in de overwinteringsgebieden voor olievervuiling en bijvangst in staande netten. Voor het gidsgebied zonder betekenis als dwaalgast.
Wetenschappelijke naam
Gavia immer | (Brünnich, 1764)
Brünnich beschreef de soort in 1764 als Colymbus Immer; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gavia werd in 1788 ingevoerd door Forster. Gavia is het Latijnse woord voor een niet nader bepaalde zeevogel. immer gaat terug op een Noorse naam voor de vogel, verwant aan het IJslandse himbrimi. Daarnaast is verband gelegd met Zweeds immer 'gloeiende as', naar het donkere kleed, en met Latijn immergo 'onderdompelen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Faeröer.

