Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Harlekijnkwartel
Harlekijnkwartel | Coturnix delegorguei
Harlequin Quail | Codorniz arlequín
Een Afrikaanse kwartel met een eigen, nauwelijks bekende Arabische voorpost. In de Tihama, de hete kustvlakte van Zuidwest-Arabië, is hij sinds de negentiende eeuw maar een handvol keren vastgesteld, tot hij in 2015 opnieuw werd gevonden in groene, geïrrigeerde velden bij Jizan. Of het om een vaste broedpopulatie of om gasten uit Afrika gaat, is nog niet zeker.
Geluid
De roep van de haan is een metalig, snel herhaald wit-wit-wit of whit-whit-whit, harder, scherper en vaker in reeksen van drie of meer dan de kwartelroep, vaak in de schemering en 's nachts. Opgejaagd een zacht krr-ip.
Opname: Paul Lenrumé — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 17 cm, iets kleiner en donkerder dan de kwartel. De haan is opvallend: een zwart-wit gestreepte kop met een witte wenkbrauwstreep, een witte keel met een zwart anker, een zwarte borst die overloopt in een zwarte buikstreep, en diep kastanjebruine flanken met zwarte strepen. De bovendelen zijn donkerbruin met roomwitte lengtestrepen, zoals bij de kwartel. De hen lijkt sterk op een kwartelhen, maar is kleiner, donkerder en heeft een lichtere, minder gevlekte borst en een donkerder keelband. De Arabische vogels worden als ondersoort C. d. arabica beschreven, iets bleker dan de Afrikaanse, al is de geldigheid daarvan omstreden.
Verwarringssoorten
De kwartel (Coturnix coturnix) is iets groter; de haan heeft een roestbruine borst zonder zwart en flanken met lichte strepen, nooit diep kastanje. Hennen van beide soorten zijn in het veld moeilijk te scheiden: let op de kleinere maat, de donkerder bovendelen en de effener borst van de harlekijnkwartel, en vooral op de roep. De gestreepte vechtkwartel (Turnix sylvaticus) komt niet in Arabië voor.
Leefgebied
In Arabië vooral geïrrigeerde landbouwgrond in het laagland: velden met hoog gras en voedergewassen onder cirkelberegening, maïs en graan, met een enkele waarneming hoger in de bergen. In Afrika open grasland met verspreide struiken, vaak na regen, waar de soort nomadisch rondzwerft.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen in de Tihama van Zuidwest-Saoedi-Arabië en Jemen. In 1895 werden bij Lahej in Jemen vier vogels verzameld en daar 'algemeen' genoemd; daarna volgden in Saoedi-Arabië losse waarnemingen in 1974, 1976 en tussen 1981 en 1983 in het laagland bij Jizan, één in 1992 bij de Jemenitische grens, en vanaf 2015 jaarlijks meerdere roepende vogels (tot minstens tien in juli 2017) in geïrrigeerde velden bij Husayni, aan de weg naar Sabya. Waarnemingen in alle maanden en paren in juni en juli wijzen op een vaste broedpopulatie. Elders in het gebied niet zeker vastgesteld. Buiten het gebied wijdverspreid in Afrika ten zuiden van de Sahara, ook op São Tomé en Madagaskar.
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In juni en juli langs de rand van groene, beregende voedervelden bij Sabya in de provincie Jizan, in de vroege ochtend en de avond: luister naar de scherpe, metalige roep. Zien lukt meestal alleen als een vogel opvliegt of in een kale strook een stofbad neemt.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. De Arabische populatie is klein, geïsoleerd en slecht onderzocht; de nieuwe waarnemingen hangen samen met de uitbreiding van irrigatielandbouw in de Tihama, die de soort dus mogelijk helpt. In deze gids staat hij als dwaalgast, maar de recente gegevens wijzen eerder op een zeldzame standvogel.
Wetenschappelijke naam
Coturnix delegorguei | Delegorgue, 1847
Delegorgue beschreef de soort in 1847 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Coturnix werd in 1764 ingevoerd door De Garsault. Coturnix is het Latijnse woord voor de kwartel. delegorguei is een eerbetoon aan de Franse ontdekkingsreiziger en jager Adulphe Delegorgue (1814–1850), die in Natal en Transvaal verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Oury, bovenloop van de Limpopo, Transvaal (Zuid-Afrika).

