Alle soorten › Zangvogels › Boszangers › Groene fitis

Groene fitis | Phylloscopus nitidus

Green Warbler | Mosquitero verde

De groene fitis is een heldergroene en gele boszanger uit de Kaukasus, Noordoost-Turkije en Noord-Iran, die in Zuid-India overwintert. Zijn trekroute loopt grotendeels ten oosten van het gidsgebied; in Koeweit, de Emiraten, Oman en Israël is hij een zeldzame doortrekker, vooral in de herfst. Hij wordt vaak als ondersoort van de grauwe fitis (Phylloscopus trochiloides) beschouwd.

Groene fitis (Phylloscopus nitidus)
Foto: christoph_moning — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een luid, tweelettergrepig tsie-wie of tsjiwie, krachtiger en iets dieper dan bij de grauwe fitis; vaak de eerste aanwijzing. De zang, op de trek zelden te horen, is een snelle, heldere, ratelende strofe.

Luister: ZangXC954671

Opname: Lukas Ehmke — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11,5 cm. Een tengere boszanger met een heldere olijfgroene bovenzijde en een gele waas op keel, borst en vaak ook wenkbrauwstreep en wang. De lange, opvallende wenkbrauwstreep loopt tot boven de oorstreek en buigt achteraan iets omhoog; daaronder een donkere oogstreep. Eén smalle, gelig witte vleugelstreep op de grote dekveren, soms een vage tweede. Snavel vrij fors met een oranjegele ondersnavel; poten grijsbruin. Jonge vogels in de herfst zijn het geelst.

Verwarrings­soorten

De grauwe fitis (Phylloscopus trochiloides), in het gebied hooguit een dwaalgast, is grijzer groen boven en witter onder, zonder gele waas. De bladkoning (Phylloscopus inornatus) en Humes bladkoning (Phylloscopus humei) zijn kleiner, met twee vleugelstrepen en lichte tertialranden. De diksnavelboszanger (Phylloscopus magnirostris) is groter, donkerder en grauwer, met een langere, zwaardere snavel. De fitis (Phylloscopus trochilus) en de tjiftjaf (Phylloscopus collybita) hebben geen vleugelstreep.

Leefgebied

Op de trek in parken, tuinen en bosjes met hoge bomen, oases en oeverbos; zoekt rusteloos naar insecten in de kruin. Broedt buiten het gebied in berg- en loofbos met ondergroei.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Zeldzame doortrekker in de Emiraten (ruim tien waarnemingen tot 2014, vooral in parken rond Dubai en Abu Dhabi), Oman en Koeweit (onder meer Al Abraq), vooral van eind augustus tot oktober. In Israël enkele herfstwaarnemingen, waaronder een overblijvende vogel in Jeruzalem in oktober 2022; daarnaast losse meldingen in Saoedi-Arabië, Irak en Libanon. Broedt in Noordoost-Turkije, de Kaukasus en Noord-Iran, oostwaarts tot Afghanistan, en overwintert in Zuid-India en Sri Lanka.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In september en oktober in een stadspark met hoge bomen in Dubai of Abu Dhabi, of in een groene boerderij in Koeweit: luister naar een luid tsie-wie in de kruin en zoek een gelige boszanger met één vleugelstreep.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied te zeldzaam voor een trend.

Wetenschappelijke naam

Phylloscopus nitidus | Blyth, 1843

Blyth beschreef de soort in 1843 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Phylloscopus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Phylloscopus is Grieks, van phullon 'blad' en skopos 'speurder', van skopeō 'kijken': de vogel die de bladeren afzoekt. nitidus is Latijn voor 'glanzend, helder', naar het frisse groen en geel van het verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Calcutta in India.