Alle soorten › Zangvogels › Boszangers › Balkanbergfluiter

Balkanbergfluiter | Phylloscopus orientalis

Eastern Bonelli's Warbler | Mosquitero oriental

De balkanbergfluiter is de oostelijke tegenhanger van de bergfluiter: een bleke, grijswitte boszanger van droog berghellingbos van de Balkan tot Turkije en de Levant. In het gidsgebied broedt hij in de bergen van Libanon en Syrië en trekt hij in het voorjaar in aantal door de Sinaï, Israël en Jordanië naar zijn winterkwartier in Soedan en Ethiopië.

Balkanbergfluiter (Phylloscopus orientalis)
Foto: John Turner Cambridge — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een droge ratel op één toonhoogte, srrrrrrr, gemiddeld trager en harder dan die van de bergfluiter. De roep is beslissend: een kort, hard, vlak tsjip, als van een mus of een jonge vink, heel anders dan het zachte hu-iet van de bergfluiter.

Luister: ZangXC1134582

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10,5–11,5 cm. Grijs tot grijsbruin boven en zuiver wit onder, zonder geel op keel of borst. De stuit is geelgroen en een groenig paneel op de gevouwen vleugel steekt af tegen de doffe rug, maar beide zijn minder uitgesproken dan bij de bergfluiter. Het gezicht is blank, met een korte, vage lichte wenkbrauwstreep, een smalle witte oogring en een groot donker oog. Snavel betrekkelijk lang en zwaar, met een oranje ondersnavel; poten grijsbruin. Geslachten gelijk.

Verwarrings­soorten

De bergfluiter (Phylloscopus bonelli) is in het veld vrijwel niet te onderscheiden en alleen aan de roep te herkennen; in het gebied overlappen de twee soorten nauwelijks. De fluiter (Phylloscopus sibilatrix) is groter en heeft een felgele keel en borst. De fitis (Phylloscopus trochilus), de tjiftjaf (Phylloscopus collybita) en de groene fitis (Phylloscopus nitidus) missen de witte onderzijde en de gele stuit.

Leefgebied

Broedt op droge hellingen met open eiken-, dennen- en cederbos en struikgewas, in de Libanon- en Anti-Libanongebergten tot hoog in de bergen. Op de trek in elk bosje, park, oase en wadi met acacia's, ook midden in de woestijn.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedt in de bergen van Libanon en West-Syrië, mogelijk ook in kleine aantallen op de Hermon. Op de voorjaarstrek, van half maart tot begin mei, algemeen door Egypte (Sinaï, Oostelijke Woestijn, Nijldal), Israël en Jordanië, schaarser door Noordoost-Libië en West-Saoedi-Arabië; in het najaar onopvallender. In Irak, Koeweit, de Emiraten en Oman een dwaalgast. Overwintert in Soedan, Tsjaad, Eritrea en Ethiopië. Daarbuiten broedt hij op de Balkan en in Turkije.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Tussen eind maart en half april in Eilat, in de Sinaï of in de Arava: in de parken van Eilat en in de acacia's van de wadi's zitten dan vaak meerdere tegelijk. Wacht op de korte tsjip-roep om hem zeker van een fitis of bergfluiter te onderscheiden.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (BirdLife-beoordeling 2024). In het gidsgebied gevoelig voor het verdwijnen van berghellingbos in Libanon en Syrië door kap, brand en bebouwing.

Wetenschappelijke naam

Phylloscopus orientalis | (Brehm, 1855)

Brehm beschreef de soort in 1855 als Phyllopneuste orientalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phylloscopus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Phylloscopus is Grieks, van phullon 'blad' en skopos 'speurder', van skopeō 'kijken': de vogel die de bladeren afzoekt. orientalis is Latijn voor 'oostelijk', naar het oostelijke verspreidingsgebied tegenover dat van de bergfluiter. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Wadi Halfa in Soedan.