Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Grauwe kiekendief

Grauwe kiekendief | Circus pygargus

Montagu's Harrier | Aguilucho cenizo

De grauwe kiekendief is een slanke, lichtgebouwde kiekendief die met een veerkrachtige, bijna sternachtige vlucht laag over graanvelden en steppen jaagt. In Noordwest-Afrika broedt hij in losse groepjes in het graan; over de rest van het gebied trekt hij met een breed front tussen Europa en Azië en de overwinteringsgebieden in de Sahel en Oost-Afrika.

Grauwe kiekendief (Circus pygargus)
Foto: Tisha Mukherjee — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Buiten het broedgebied stil. Rond het nest een snel, hoog kek-kek-kek, hoger dan bij de blauwe kiekendief, en een klagend pie-jèh van het vrouwtje bij de prooioverdracht.

Luister: VluchtroepXC1152389

Opname: Esperanza Poveda — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

39–48 cm, spanwijdte 102–116 cm. Slank, met lange, spitse vleugels met vier vingers en een lange staart; vliegt licht en veerkrachtig met de vleugels in een V. Het mannetje is leigrijs op kop, borst en bovendelen, met een zwarte band dwars over de armpennen van de bovenvleugel, twee zwarte banden over de ondervleugel, fijne roestbruine strepen op flanken en buik, een uitgebreid zwarte vleugelpunt en een grijze stuit. Het vrouwtje is bruin en gestreept, met een gebandeerde staart, een smal wit stuitvlak en een fijn gebandeerde ondervleugel. De jonge vogel is egaal warm roodbruin onder, met een donker gezichtsmasker, een onvolledige bleke halskraag en een donkere armvleugel aan de onderkant. Een donkere vorm, met een roetzwart verenkleed, komt vooral in Iberië en Marokko voor.

Verwarrings­soorten

De steppekiekendief (Circus macrourus) is het lastigst. Het mannetje is bleker, bijna wit, met alleen een smalle zwarte wig in de vleugelpunt en zonder zwarte banden op de vleugels; vrouwtjes en jonge vogels hebben een gesloten bleke halskraag, een donker masker en een bleke, ongebandeerde basis van de handpennen op de ondervleugel. De blauwe kiekendief (Circus cyaneus) is forser en breder gevleugeld, met vijf vingers, een scherp begrensde zwarte vleugelpunt en, bij het vrouwtje, een veel groter wit stuitvlak. Een donkere vogel kan op een jonge bruine kiekendief (Circus aeruginosus) lijken, maar die is veel zwaarder gebouwd.

Leefgebied

Broedt in graanvelden, braakland, jonge aanplant en ruige kruidensteppe, ook op hoogvlakten en in vochtige vlakten met hoog gras. Op trek boven allerlei open landschap, ook boven de woestijn, met pleisterplaatsen in steppen en akkers. Jaagt op kleine knaagdieren, kleine vogels, hagedissen en grote insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedvogel in Marokko, vooral in de vlakten van het noordwesten en de Atlantische kust en op de hoogvlakten van de Midden-Atlas, en in het noorden van Algerije en Tunesië; in Libië hooguit een zeldzame broedvogel. Over het hele gebied een doortrekker met een breed front over de Sahara en Arabië: talrijk in Marokko, dat een belangrijke pleisterplaats in het voorjaar is voor West-Europese vogels, en vrij algemeen in Tunesië, Libië, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Syrië, Irak en Arabië. In Zuidwest-Arabië en Jemen ook enkele overwinteraars. Daarbuiten broedvogel van Europa tot Centraal-Azië; overwintert in de Sahel, Oost-Afrika en India.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Marokko jaagt de grauwe kiekendief in april en mei boven de graanvelden van het noordwesten en de hoogvlakten bij Midelt. In Israël is hij op trek te zien boven de Arava- en de Hulavallei. Let bij een zwevend mannetje op de zwarte band over de armpennen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar kwetsbaar doordat hij in graanvelden broedt: nesten en jongen gaan verloren bij het vroege maaien. In Marokko is de grote voorjaarspleisterplaats achteruitgegaan door droogte en overbegrazing, waardoor er minder prooi is. Ook landbouwgif, afschot en het verlies van leefgebied in de Sahel spelen mee.

Wetenschappelijke naam

Circus pygargus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Falco Pygargus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Circus werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Circus komt van het Griekse kirkos, een roofvogel die naar zijn cirkelende vlucht werd genoemd. pygargus gaat terug op het Griekse pugargos 'witstuitig', van puge 'stuit' en argos 'wit'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Engeland.