Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Eversmanns roodstaart
Eversmanns roodstaart | Phoenicurus erythronotus
Eversmann's Redstart | Colirrojo de Eversmann
Eversmanns roodstaart is een Centraal-Aziatische roodstaart die in kleine aantallen de Perzische Golf bereikt. In de Emiraten en Noord-Oman is hij een schaarse maar vrijwel jaarlijkse wintergast, elders in Oost-Arabië een zeldzaamheid. Een iets grotere, forse roodstaart die vaak opvallend open op een struik of draad zit.
Geluid
De roep is een schor, kwakend krr-krr of gre-er en een zacht tsit. De zang, een kort, gevarieerd gekwetter, is in het winterkwartier zelden te horen.
Opname: Patrick Franke — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
14–15 cm. Iets groter en voller dan de zwarte roodstaart, met de typische roodstaarthouding en het trillende staartje. Het mannetje heeft een grijze kruin en nek, een zwart masker, een roodoranje mantel, keel en borst en een brede witte streep over de vleugeldekveren; stuit en staart zijn roestrood met een donker middenpaar. In de winter zijn de veren vers en bleek gerand, zodat kruin en mantel grijzig bruin ogen en het patroon wat vager is. Het vrouwtje is grijsbruin met een bleke oogring, twee lichte vleugelstrepen en een roestrode staart; het lichte vleugelpaneel ontbreekt bij vrouwtjes van de andere roodstaarten. Eerstejaars mannetjes lijken op een vaag mannetje.
Verwarringssoorten
De gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus) heeft bij het mannetje een grijze rug en een zwarte keel, en het vrouwtje mist de lichte vleugelstrepen. De zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros) is bij oostelijke vormen ook roodbuikig, maar heeft een zwarte keel en bovendelen zonder rode mantel. De diadeemroodstaart (Phoenicurus moussieri) heeft ook een witte vleugelvlek, maar komt alleen in de Maghreb voor. Vrouwtjes zijn het lastigst: let op de vleugelstrepen en de oogring.
Leefgebied
In de winter in droog, open terrein met verspreide bomen en struiken: acaciastruweel, wadi's aan de voet van de bergen, parken, tuinen en golfbanen. Jaagt vanaf een lage uitkijkpost op insecten op de grond en is vaak plaatstrouw gedurende de hele winter.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Schaarse wintergast in de Verenigde Arabische Emiraten, waar het merendeel van de waarnemingen vandaan komt, en in Noord-Oman. Zeldzaam in Koeweit en Qatar; in Saoedi-Arabië minder dan tien gevallen, vooral in de Oostprovincie en bij Riyad. Verder westelijk of in Jemen niet vastgesteld. Daarbuiten broedt de soort in de bergen van Centraal-Azië, van de Altaj en Tiensjan tot de Pamir, en overwintert van Iran en Afghanistan tot Pakistan en Noordwest-India.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek in de winter in de Emiraten en Noord-Oman in begroeide parken, langs golfbanen en in acaciastruweel aan de voet van het Hajargebergte. Een eenmaal gevonden vogel blijft vaak wekenlang op dezelfde plek.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een schaarse wintergast aan de westrand van het winterareaal; de aantallen wisselen per winter.
Wetenschappelijke naam
Phoenicurus erythronotus | (Eversmann, 1841)
Eversmann beschreef de soort in 1841 als Sylvia Erythronota; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phoenicurus werd in 1817 ingevoerd door Forster. Phoenicurus is Grieks, van phoinix 'rood' en -ouros '-staartig'. erythronotus is Grieks voor 'roodruggig', van eruthros 'rood' en nōtos 'rug'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het Altaigebergte.


