Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Diadeemroodstaart

Diadeemroodstaart | Phoenicurus moussieri

Moussier's Redstart | Colirrojo diademado

De diadeemroodstaart is een endemische broedvogel van de Maghreb en voor veel vogelaars een van de eerste doelsoorten in Marokko. Een kleine, compacte en bijzonder kleurrijke roodstaart die zich weinig schuw laat zien op een struikje of steen in open, struikrijk terrein.

Diadeemroodstaart (Phoenicurus moussieri)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een zacht huit en een krassend trrr. De zang is een korte, snelle en wat schrapende kwetterstrofe, enigszins als van de roodborsttapuit, die van een uitkijkpost wordt gebracht.

Luister: ZangXC1097982

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Kleiner, ronder en korterstaartiger dan de andere roodstaarten. Het mannetje is onmiskenbaar: zwarte kop en bovendelen met een brede witte band die van het voorhoofd over de wenkbrauw tot op de halszijde doorloopt, een witte vlek op de vleugel en een warm oranjerode onderzijde van keel tot onderstaartdekveren; stuit en staart zijn oranjerood. Het vrouwtje is grijsbruin boven en warm oranjebeige onder, met een vage lichte oogring, soms een kleine lichte vleugelvlek en een roestrode staart. Beide zitten vaak laag en wippen met de staart.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros) is donker grijs zonder witte hoofdband en met een donkere onderzijde. Het vrouwtje van de gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus) is groter, slanker en langerstaartig, bleker onder en zonder het warme oranje over de hele onderzijde. De roodborsttapuit (Saxicola rubicola) heeft een vergelijkbare houding, maar een zwarte keel bij het mannetje en een donkere staart.

Leefgebied

Open, struikrijk terrein van zeeniveau tot boven de 2500 m: maquis en garrigue, open eiken- en jeneverbesbos, hellingen met dwergstruiken, de randen van akkers en alfa-steppe. In de winter ook in lager gelegen gebied, langs de kust en aan de noordrand van de Sahara.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Endemisch voor Noordwest-Afrika. Wijd verbreid in Marokko, van het Rifgebergte en de Atlantische kustvlakte tot de Hoge Atlas en de Anti-Atlas; verder in Noord-Algerije, in de Tell en de Sahara-Atlas, en in het noorden en midden van Tunesië. Zeer schaars en plaatselijk in Noordwest-Libië. In de winter zwerven vogels uit naar lager gelegen terrein en naar de randen van de Sahara, zelden tot in de Westelijke Sahara. Daarbuiten een zeldzame dwaalgast in Zuid-Europa.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Marokko vrijwel overal in open struikgebied te zien, bijvoorbeeld rond Ifrane en Azrou in de Midden-Atlas, op de Tizi-n-Test en in Oukaimeden; in de winter ook in de kustvlakte bij Agadir en Oued Massa. Het mannetje zit graag op het topje van een lage struik.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het grootste deel van zijn kleine verspreidingsgebied een algemene broedvogel.

Wetenschappelijke naam

Phoenicurus moussieri | (Olphe-Galliard, 1852)

Olphe-Galliard beschreef de soort in 1852 als Erythacus Moussieri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phoenicurus werd in 1817 ingevoerd door Forster. Phoenicurus is Grieks, van phoinix 'rood' en -ouros '-staartig'. moussieri eert Jean Moussier (1795–1850), chirurg in het Franse leger en amateurnatuuronderzoeker. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Algerije.