Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Eleonora's valk

Eleonora's valk | Falco eleonorae

Eleonora's Falcon | Halcón de Eleonor

Eleonora's valk is een lange, slanke zeevalk die zijn broedtijd heeft afgestemd op de najaarstrek: de jongen worden in augustus en september grootgebracht met zangvogels die de zee oversteken. In het gebied broedt hij in een handvol kolonies op eilandjes en kliffen in Marokko, Algerije en Tunesië, met als bekendste het eiland Mogador voor Essaouira.

Eleonora's valk (Falco eleonorae)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij de kolonie luidruchtig: een hard, nasaal en schor kjè-kjè-kjè-kjaa, rauwer dan de roep van een boomvalk, en een aanhoudend alarm als iemand de klif nadert. Buiten de kolonie zwijgzaam.

Luister: VluchtroepXC329984

Opname: Lars Lachmann — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

36–42 cm, spanwijdte 87–104 cm. Duidelijk groter en langer dan een boomvalk, met lange, smalle vleugels en een lange staart. Er zijn twee kleurvormen. De lichte vorm is donker grijsbruin van boven, met een roomkleurige keel en wang, een brede zwarte baardstreep en warm roodbruine, donker gestreepte onderdelen; in vlucht steken de zwartige ondervleugeldekveren af tegen lichtere slagpennen, op afstand het beste kenmerk. De donkere vorm is vrijwel egaal roetbruin tot zwart, met van onderen alleen iets lichtere slagpennen. De washuid is geel bij het volwassen mannetje en blauwgrijs bij het vrouwtje. De vlucht is soepel en zwevend, met lange glijstukken en razendsnelle uitvallen.

Verwarrings­soorten

De boomvalk (Falco subbuteo) is kleiner en compacter, met een kortere staart, een scherp zwart-wit koppatroon, witte, zwart gestreepte onderdelen en een lichte ondervleugel. De woestijnvalk (Falco concolor) is egaal blauwgrijs, kleiner en van onderen overal even grijs, en hoort bij de Rode Zee en de woestijnen; de donkere vorm van Eleonora's valk is bruinzwart en toont donkere ondervleugeldekveren. De slechtvalk (Falco peregrinus), ook op zeekliffen, is forser, breder van vleugelbasis en gebandeerd op de onderdelen. Een donkere vogel lijkt in silhouet soms op een zwarte wouw (Milvus migrans), maar die heeft brede vleugels en een gevorkte staart.

Leefgebied

Rotsige eilandjes en steile zeekliffen, met de open zee als jachtgebied. Legt zonder nest op richels, in nissen en onder stenen. In het voorjaar en de vroege zomer jaagt hij vooral op grote insecten boven kustvlakten, bossen en riviermondingen; vanaf augustus hangen de vogels van een kolonie in een losse muur boven zee en onderscheppen ze trekkende zangvogels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Marokko de grootste kolonie op het eiland Mogador bij Essaouira, met naar schatting rond duizend paren en een stijgende trend, en enkele kleinere kolonies langs de Atlantische kust. In Algerije rond 300 paren op eilandjes en kliffen langs de oostkust, waarvan de grootste kolonie bij Chetaïbi (Kef Amor) in 2010–2012 terugliep van 130 naar 100 paren. In Tunesië rond 150 paren op de Galite-archipel en de Fratelli-eilandjes. Daarnaast in de Canarische Eilanden en verspreid in de Middellandse Zee, het grootste deel in de Egeïsche Zee. De hele wereldpopulatie overwintert op Madagaskar; de trek gaat over het Afrikaanse continent, en doortrekkers worden schaars gezien in Libië, Egypte en Israël, zeldzaam in Arabië.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vanaf de haven van Essaouira zijn de vogels van Mogador in augustus en september te zien, vooral bij laag licht in de vroege ochtend en de avond, wanneer ze boven zee jagen; het eiland zelf is beschermd en niet toegankelijk. Meet bij elke vogel de staart tegen de vleugelpunten en let op de donkere ondervleugeldekveren: op afstand het verschil met een boomvalk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, met een wereldstand van rond 14.500 paren, waarvan tot 80% in Griekenland. Omdat alles op een beperkt aantal eilandjes zit, is de soort gevoelig voor verstoring door boten, vissers, kampeerders en toerisme, voor ingevoerde katten en ratten, en voor vangst; in Algerije gaan enkele kolonies achteruit.

Wetenschappelijke naam

Falco eleonorae | Géné, 1839

Géné beschreef de soort in 1839 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Falco is Laatlatijn voor 'valk', van falx, falcis 'sikkel', naar de sikkelvormige klauwen van de vogel. eleonorae eert Eleonora van Arborea (1347–1404), rechteres van het Sardijnse gerechtsgebied Arborea. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sardinië.