Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Bruine lijster

Bruine lijster | Turdus eunomus

Dusky Thrush | Zorzal oscuro

De bruine lijster is een stevige, bont getekende lijster uit Oost-Siberië die in Oost-Azië overwintert, duizenden kilometers ten oosten van het gidsgebied. Hier is hij een grote zeldzaamheid: er zijn slechts enkele gevallen, vooral in de Golfstaten, steeds losse vogels die in de late herfst of winter in een boerderij, oase of park opdoken, soms tussen andere lijsters.

Bruine lijster (Turdus eunomus)
Foto: Alpsdake — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roept veel: een schor, wat nasaal sjek-sjek of kwek-kwek, lager en ruwer dan de roep van de kramsvogel, en een dun, gerekt tsjie in de vlucht. Bij onrust een rammelend tsjak-tsjak-tsjak. De zang, in het gebied niet te verwachten, is een korte strofe van enkele heldere fluittonen met een droog gekras erachter.

Luister: ZangXC884476

Opname: Barry Edmonston — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–25 cm. Ongeveer zo groot als een zanglijster maar forser en breder van borst. Het gezicht is scherp getekend: een lange, brede roomwitte wenkbrauwstreep, een donkere oorstreek, een witte baardstreep en een zwarte snorstreep; de keel is wit. Borst en flanken zijn wit met zware zwarte maantjes, die op de borst een brede band vormen en op de flanken in rijen doorlopen; de buik is wit. Doorslaggevend is de gevouwen vleugel: de grote dekveren en de zomen van de armpennen vormen een helder roestrood paneel, dat afsteekt tegen de dofbruine, donker geschubde mantel. Ook de ondervleugeldekveren zijn roestrood. Vrouwtjes en eerstejaars zijn matter, met bruinere maantjes en een minder helder vleugelpaneel. Snavel donker met een gele ondersnavelbasis.

Verwarrings­soorten

De zwartkeellijster (Turdus atrogularis), in het oosten van het gebied een gewone wintergast, mist de witte wenkbrauwstreep, de maantjes en het roestrode vleugelpaneel: hij is egaal grijsbruin van boven, met een zwarte (vrouwtje: gestreepte) keel en borst. De koperwiek (Turdus iliacus) is kleiner, heeft roestrode flanken en ondervleugel maar geen vleugelpaneel, en fijne strepen in plaats van maantjes. De kramsvogel (Turdus pilaris) is groter, met grijze kop en stuit en een witte ondervleugel. Naumanns lijster (Turdus naumanni), vroeger met de bruine lijster als één soort beschouwd, heeft het rood niet in de vleugel maar op borst, flanken en staart; tussenvormen komen voor, dus een vogel met veel oranje onderaan verdient een kritische blik.

Leefgebied

Broedt in open lariks- en berkenbos en wilgenstruweel aan de bosgrens van Oost-Siberië; overwintert op akkers, rijstvelden, in boomgaarden en parken. De dwaalgasten in het gidsgebied werden gezien op geïrrigeerde boerderijen, in oases en in groene tuinen en parken, waar ze lopend op de grond foerageren of bessen en vruchten zoeken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen als dwaalgast. In de Verenigde Arabische Emiraten zijn enkele gevallen bekend; de vierde werd op 31 oktober 2015 gezien op de Wamm Farms bij Al Ain. In Koeweit verbleef een vogel in januari en begin februari 1985 bij Al-Abraq. Verder zijn er losse meldingen elders in het Midden-Oosten; uit Noord-Afrika is de soort niet bekend. Broedt van Midden-Siberië tot Kamtsjatka en overwintert in Oost-Azië, van Japan, Korea en China tot Taiwan; zeldzaam tot in de Himalaya en Noordoost-India. In Europa een zeer zeldzame dwaalgast.

Hoe en wanneer kijken

Een soort voor geluk en goed bijhouden van meldingen. De beste kans ligt in de Emiraten van eind oktober tot in de winter: werk de groene boerderijen en parken af, zoals de Wamm Farms en de akkers rond Al Ain, en bekijk elke troep lijsters op de grond. Let eerst op de vleugel: het roestrode paneel valt van een afstand op, daarna pas de koptekening en de maantjes.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, met een groot areaal en een grote populatie, al neemt die vermoedelijk af door de achteruitgang van rijstakkers en de kap van lariksbos. De Rode Lijst beoordeelt de bruine lijster tegenwoordig los van Naumanns lijster. In het gidsgebied een zeer zeldzame dwaalgast, met een handvol gevallen sinds de jaren tachtig, vooral uit de Golfstaten.

Wetenschappelijke naam

Turdus eunomus | Temminck, 1831

Temminck beschreef de soort in 1831 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. eunomus is Grieks, van eu 'goed' en nomos 'orde', dus 'welgeordend'; waarom de naam aan deze lijster is gegeven, is niet duidelijk. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Japan.