Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Arabische leeuwerik
Arabische leeuwerik | Eremalauda eremodites
Arabian Lark | Alondra árabe
De Arabische leeuwerik is een gedrongen, zandkleurige leeuwerik met een zware snavel uit de woestijnvlakten van Arabië, de Sinaï en de Syrische woestijn. Lang gold hij als ondersoort van Dunns leeuwerik; sinds 2016 wordt hij als aparte soort behandeld. Hij is nomadisch en volgt de regen: waar na een natte winter gras opschiet, verschijnt hij soms in aantal en broedt hij, om in droge jaren weer vrijwel te verdwijnen. Niet te verwarren met de veel grotere, langsnavelige witbandleeuwerik.
Geluid
De zang, gebracht in een hoge, golvende zangvlucht of vanaf de grond, bestaat uit korte, aangename frasen van kwetterende, fluitende en trillende tonen, soms met nagebootste geluiden. De roep is een zacht, rollend prrt.
Opname: Mischa Keijmel — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
14–15 cm, gedrongen en groothoofdig, met een zware, bleek roze-hoornkleurige kegelsnavel die iets langer is dan bij Dunns leeuwerik, en een vrij korte staart. Bovendelen zandkleurig met een grijzige zweem op nek en bovenmantel; kruin en nek dicht donker grijsbruin tot zwartachtig gestreept. Het gezicht is bleek, met een witte oogring, een donker streepje achter het oog en een opvallend donker traanstreepje onder het oog. Onderdelen wittig met een geelbruin waas en fijne strepen op de borstzijden. De staart is grotendeels zwartachtig met zandkleurige middelste pennen en valt in vlucht op als donker. De lange tertials bedekken de handpennen bijna geheel. Seksen gelijk; mannetjes duidelijk langer gevleugeld. In versleten kleed in het voorjaar grijzer zand van tint met contrastrijkere strepen.
Verwarringssoorten
Dunns leeuwerik (Eremalauda dunni) leeft alleen ten westen van de Golf van Suez; hij is roder van tint, heeft rossige in plaats van donkergrijze strepen op kruin en nek, een kortere, stompere snavel en kortere vleugels. De rosse woestijnleeuwerik (Ammomanes cinctura) heeft een veel kleinere snavel, ongestreepte bovendelen en een rossige staart met een scherpe zwarte eindband. De woestijnleeuwerik (Ammomanes deserti) is groter, ongestreept en leeft op rotsige hellingen. De kortteenleeuwerik (Calandrella brachydactyla) en de kleine kortteenleeuwerik (Alaudala rufescens) hebben een veel fijnere snavel en een lichtere staart met witte zijkanten. Vrouwtjes van de zwartkruinvinkleeuwerik (Eremopterix nigriceps) zijn kleiner, met een kortere staart en zonder gestreepte kruin.
Leefgebied
Vlakke, open grind- en zandvlakten en brede, ondiepe wadibeddingen met verspreide graspollen en lage struikjes, vooral waar kort tevoren regen viel. Mijdt rotsachtig terrein en hoge duinen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Zijn kerngebied is Saoedi-Arabië, vooral de binnenlandse vlakten van de Najd, de randen van de Nafud en Dahna en de noordelijke grindvlakten, waar aantallen sterk wisselen met de regenval. In Koeweit is hij een schaarse jaarvogel die er broedt, vooral in de afgeschermde reservaten in het westen. In Jordanië leeft hij in de oostelijke woestijn (badia), in Syrië in de Syrische woestijn, en in Irak waarschijnlijk in de westelijke en zuidelijke woestijn, maar daar zijn gegevens schaars. In Israël en de Sinaï (Egypte) is hij een onregelmatige broedvogel, met invasies in de Negev en de Arava na natte winters en in droge jaren nauwelijks waarnemingen; aan de Israëlische kust en in Libanon (1962) zijn zwervers vastgesteld. In Oman en Jemen leeft hij plaatselijk en schaars in de binnenlandse woestijnvlakten; uit de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar en Bahrein zijn hooguit enkele waarnemingen bekend. Ten westen van de Golf van Suez komt hij niet voor. De soort is endemisch voor het Midden-Oosten.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek hem na een regenrijke winter op grazige grind- en zandvlakten, bijvoorbeeld in de vlakten rond Riyad, de reservaten van Koeweit of de zuidelijke Arava. Rijd langzaam en stop waar graspollen staan; de vogels lopen onopvallend en vallen pas op door hun zware snavel en donkere staart als ze opvliegen. Let in het voorjaar op zingende vogels in de lucht.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Door zijn nomadische leefwijze zijn aantallen en trend slecht bekend en ze schommelen sterk van jaar tot jaar. Overbegrazing en het omzetten van woestijnvlakten in landbouwgrond kunnen het broedsucces na regenval beperken.
Wetenschappelijke naam
Eremalauda eremodites | (Meinertzhagen, 1923) (GBIF: Eremalauda dunni)
Meinertzhagen beschreef de soort in 1923 als Pyrrhulauda eremodites; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Eremalauda werd in 1926 ingevoerd door Sclater. Eremalauda verbindt het Griekse erēmos 'woestijn' met het Latijnse alauda 'leeuwerik'. eremodites is Grieks en begint eveneens met erēmos 'woestijn'; het tweede deel wordt verbonden met hodites 'reiziger'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sheikh Othman in Jemen.


