Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Dunns leeuwerik

Dunns leeuwerik | Eremalauda dunni

Dunn's Lark | Alondra de Dunn

Dunns leeuwerik is een gedrongen, zandkleurige leeuwerik met een zware snavel uit de zuidelijke Sahara en de Sahel. Hij zwerft rond op zoek naar plekken waar regen is gevallen en gras is opgeschoten, en broedt dan snel. In het gebied raakt hij alleen de uiterste zuidwestrand: het zuiden van de Westelijke Sahara, met af en toe een invasie tot in de Tafilalt.

Dunns leeuwerik (Eremalauda dunni)
Foto: Opisska — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang, gebracht in een hoge zangvlucht of vanaf de grond, bestaat uit korte, aangename, kwetterende en trillerende frasen. De roep is een zacht, rollend prrt.

Luister: AlarmroepXC212843

Opname: Tim Jones — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm, gedrongen en groothoofdig, met een zware, bleek roze-hoornkleurige kegelsnavel en een vrij korte staart. Bovendelen zandkleurig tot licht roestbruin, kruin en mantel fijn donker gestreept. Het gezicht is bleek, met een witte oogring en een smal donker streepje onder het oog en langs de mondhoek. Onderdelen wittig met een geelbruin waas over de borst, aan de zijkanten fijn gestreept. De staart is grotendeels zwartachtig met zandkleurige middelste pennen en valt in vlucht op als donker. De lange tertials bedekken de handpennen bijna geheel. Seksen gelijk.

Verwarrings­soorten

De Arabische leeuwerik (Eremalauda eremodites), tot voor kort als ondersoort beschouwd, leeft alleen ten oosten van de Golf van Suez en komt niet samen met deze soort voor. De rosse woestijnleeuwerik (Ammomanes cinctura) heeft een veel kleinere snavel, ongestreepte bovendelen en een rossige staart met een scherpe zwarte eindband. De woestijnleeuwerik (Ammomanes deserti) is groter en ongestreept en leeft op rotsige hellingen. De kortteenleeuwerik (Calandrella brachydactyla) en de kleine kortteenleeuwerik (Alaudala rufescens) hebben een veel fijnere snavel en een lichtere staart met witte zijkanten.

Leefgebied

Vlakke, open grind- en zandvlakten met verspreide pollen gras en lage struikjes, vooral waar kort tevoren regen viel. Mijdt rotsachtig terrein en hoge duinen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in Marokko. In het zuiden van de Westelijke Sahara, langs de weg van Dakhla naar Aousserd en in de omgeving van Aousserd, werd hij begin jaren 2000 ontdekt; in 2007 werd daar het eerste broedgeval vastgesteld en sindsdien wordt hij er jaarlijks gezien. In 2010 verscheen een kleine groep in de Tafilalt bij Merzouga, waar met een nest en gevoerde jongen ook broeden werd vastgesteld; tot 2012 volgden daar nog enkele waarnemingen, en in het voorjaar van 2019 opnieuw een kleine invasie. Uit Algerije, Tunesië, Libië en Egypte ten westen van de Golf van Suez zijn geen zekere waarnemingen bekend. Daarbuiten leeft hij in de zuidelijke Sahara en de Sahel van Mauritanië en Noord-Senegal via Mali, Niger en Tsjaad tot Soedan.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De weg van Dakhla naar Aousserd is de bekende plek, vooral in jaren met winterregen. Rijd langzaam en stop bij grazige grindvlakten; de vogels lopen onopvallend tussen de graspollen en vallen op door hun zware snavel en donkere staart wanneer ze opvliegen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Door zijn nomadische leefwijze zijn aantallen en trend slecht bekend. In Marokko is de soort zeldzaam en wisselend in aantal; overbegrazing van de grasvlakten kan het broedsucces na regenval beperken.

Wetenschappelijke naam

Eremalauda dunni | (Shelley, 1904)

Shelley beschreef de soort in 1904 als Calendula dunni; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Eremalauda werd in 1926 ingevoerd door Sclater. Eremalauda verbindt het Griekse erēmos 'woestijn' met het Latijnse alauda 'leeuwerik'. dunni eert Henry Nason Dunn, Brits legerarts die in Soedan vogels verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ogageh Wells in Kordofan, Soedan.