Alle soorten › Zangvogels › Prachtvinken
Prachtvinken | Estrildidae
Waxbills | Estrildidos
Kleine tot zeer kleine zaadeters met een korte, dikke kegelsnavel — bij veel soorten fel koraalrood, bij andere zilvergrijs of blauwzwart — en een gedrongen lijf met korte, ronde vleugels en een snelle, licht golvende vlucht. Ze leven het hele jaar in troepen en halen hun voedsel van de zaadpluim zelf: klauterend, hangend, of de halm met het eigen gewicht omlaag buigend, en verder van de grond eronder. Het nest is een gesloten bal van dooreengevlochten grashalmen met een zijingang, vaak verlengd tot een korte toegangspijp, laag in een graspol, een doornstruik of dicht riet; beide ouders bouwen en broeden om beurten. De jongen dragen achter in de opengesperde bek een vast patroon van zwarte stippen en strepen, met aan de mondhoeken gekleurde knobbels die in het donker van de nestbal oplichten en de ouders wijzen waar het voer heen moet. Dat voer is zaad dat de ouders opgeweekt in de krop aanvoeren en jong voor jong uitgeven.
Inheemse soorten 3 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Euodice 2 soorten
Exoten 3 soorten
Soorten die hier van nature niet voorkomen maar zijn ingevoerd of ontsnapt en zich sindsdien handhaven. Ze staan op volgorde van de lijst, niet per geslacht.
-

Vuurvinkje
Lagonosticta senegala
Oase en dadelpalmtuinen
Tuinen, parken en bebouwing
Wadi's en droge rivierbeddingen
-

Tijgervink
Amandava amandava
Riet- en moerasgebieden
Akkers en irrigatielandbouw
Rivieren en Nijldelta
-

Muskaatvink
Lonchura punctulata
Tuinen, parken en bebouwing
Akkers en irrigatielandbouw
Riet- en moerasgebieden
Dwaalgasten 1 soort
Verdwaalde vogels uit andere werelddelen. Ze hebben hier geen verspreiding en dus geen verspreidingskaart.






