Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Tuinsmaragdkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Tuinsmaragdkolibrie | Chlorostilbon assimilis

Garden Emerald | Colibrí esmeralda jardinero

De tuinsmaragdkolibrie is de kleine smaragdkolibrie van Costa Rica en Panama. Hij leeft in open, door de mens veranderd landschap en is in tuinen, struweel en langs bosranden vaak de gewoonste kleine kolibrie. Het mannetje is vrijwel geheel glanzend groen.

Tuinsmaragdkolibrie (Chlorostilbon assimilis)
Foto: Joseph C Boone — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, kort tsjit of tsjik, en bij achtervolgingen een droog, ratelend gekwetter.

Luister: VluchtroepXC1055900

Opname: Scott Olmstead — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

7–8 cm, met een korte, rechte zwarte snavel. Het mannetje is glanzend groen, met een blauwzwarte, licht gevorkte staart. Het vrouwtje heeft groene bovendelen, een witte streep achter het oog, een donkere oorvlek, lichtgrijze onderdelen en een donkere staart met witte toppen aan de buitenste pennen.

Verwarrings­soorten

De vorkstaartsmaragdkolibrie Cynanthus canivetii, die in het noordwesten van Costa Rica voorkomt, is iets groter, heeft een rode snavelbasis en een dieper gevorkte staart. De witstaartsmaragdkolibrie Microchera chionura heeft een witte buik en, bij het mannetje, witte buitenste staartpennen. Het vrouwtje van de robijnkeelkolibrie Archilochus colubris heeft geen donkere oorvlek en een langere snavel.

Leefgebied

Open en halfopen landschap: struweel, bosranden, droog bos, savanne, weiland met bomen, plantages en tuinen, van zeeniveau tot ongeveer 1200 m, plaatselijk hoger. Foerageert laag bij bloemen van struiken en kruiden.

Verspreiding en trek

Vrijwel beperkt tot het gidsgebied. In Costa Rica aan de Pacifische kant ten zuiden van Guanacaste en in de Centrale Vallei; in Panama vooral in het Pacifische laagland van Chiriquí tot Panamá en Darién, ook in de Kanaalzone, plaatselijk aan de Caribische kant en op de Pareleilanden. Daarbuiten hooguit in het uiterste noordwesten van Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In tuinen en parken van Panama-Stad, zoals het Parque Natural Metropolitano, en in de Kanaalzone; in Costa Rica langs de Pacifische kust rond Carara en in tuinen in de Centrale Vallei. Vaak bij lage, bloeiende struiken en heggen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen en in aantal toenemend waar bos plaatsmaakt voor open, struikrijk landschap.

Wetenschappelijke naam

Chlorostilbon assimilis | Lawrence, 1861

Lawrence beschreef de soort in 1861 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Chlorostilbon werd in 1853 ingevoerd door Gould. Chlorostilbon is Grieks, van khlōros 'groen' en stilbōn 'glanzend', naar het glinsterend groene verenkleed. assimilis is Latijn voor 'gelijkend', omdat de soort sterk lijkt op verwante smaragdkolibries. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Landengte van Panama (langs de Panamaspoorlijn).