Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Vorkstaartsmaragdkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Vorkstaartsmaragdkolibrie | Cynanthus canivetii

Canivet's Emerald | Esmeralda de Canivet

De vorkstaartsmaragdkolibrie is een kleine, groene kolibrie van open en halfopen landschappen, van het oosten van Mexico tot het noordwesten van Costa Rica. Hij is afgesplitst van een grotere soortgroep waartoe ook de cozumelsmaragdkolibrie en doubledays kolibrie behoorden. In droog struweel, bosranden en tuinen is hij vaak algemeen.

Vorkstaartsmaragdkolibrie (Cynanthus canivetii)
Foto: Brian Gratwicke — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, ratelend tsjit of tsjrr, vaak in een snelle, schrapende reeks bij achtervolgingen.

Luister: RoepXC137688

Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

8–9 cm, met een rechte, rode snavel met een zwarte punt. Het mannetje is geheel glanzend groen, met een blauwzwarte, gevorkte staart. Het vrouwtje heeft groene bovendelen, een witte streep achter het oog, een donkere oorvlek, lichtgrijze onderdelen en een gevorkte, donkere staart met grijswitte toppen aan de buitenste pennen.

Verwarrings­soorten

De cozumelsmaragdkolibrie Cynanthus forficatus komt alleen op Cozumel voor en heeft een langere staart. De goudkruinsmaragdkolibrie Cynanthus auriceps van West-Mexico heeft een langere, dieper gevorkte staart. De tuinsmaragdkolibrie Chlorostilbon assimilis van Costa Rica en Panama is kleiner, het mannetje heeft een zwarte snavel en een minder diep gevorkte staart. De breedsnavelkolibrie Cynanthus latirostris en doubledays kolibrie Cynanthus doubledayi zijn groter en hebben een blauwe keel. Het vrouwtje van de robijnkeelkolibrie Archilochus colubris heeft een zwarte snavel en geen donkere oorvlek.

Leefgebied

Droog en halfbladverliezend bos, doornstruweel, bosranden, savanne met struiken, weiland met bomen, plantages en tuinen, van zeeniveau tot ongeveer 1800 m, het meest in het laagland. Foerageert laag bij bloemen en vangt kleine insecten.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied. Aan de Atlantische kant van het zuiden van Tamaulipas en San Luis Potosí via Veracruz naar het schiereiland Yucatán met de eilanden voor de noordkust, Belize, het noorden van Guatemala en Honduras; daarnaast in de binnendalen en aan de Pacifische kant van Chiapas via Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua tot het noordwesten van Costa Rica. In Panama alleen zeldzaam.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In tuinen en struweel op het schiereiland Yucatán, zoals rond Celestún, Mérida en Calakmul; in Belize rond Crooked Tree; in Costa Rica in Guanacaste. Vaak bij lage, bloeiende struiken langs wegen en bosranden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen tot vrij algemeen in een groot verspreidingsgebied en goed bestand tegen een door de mens veranderd landschap.

Wetenschappelijke naam

Cynanthus canivetii | (Lesson, 1832)

Lesson beschreef de soort in 1832 als Ornismya canivetii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cynanthus werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Cynanthus is Grieks, van kuanos 'donkerblauw' en anthos 'bloesem, bloem', naar het blauw glanzende verenkleed. canivetii eert de Franse natuuronderzoeker en verzamelaar Emmanuel Canivet de Carentan, uit wiens collectie het typeexemplaar kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Xalapa, Veracruz, Mexico.