Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Sargassopijlstormvogel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Sargassopijlstormvogel | Puffinus lherminieri

Sargasso Shearwater | Pardela de Sargazo

De sargassopijlstormvogel is de kleine pijlstormvogel van het westen van de Atlantische Oceaan en het Caribisch gebied. Hij werd lang tot de Audubons pijlstormvogel gerekend, een soortgroep die tegenwoordig in meerdere soorten is gesplitst; de vogels voor de Pacifische kust behoren tot andere soorten. De naam verwijst naar de Sargassozee, waar veel vogels buiten de broedtijd foerageren. In het gidsgebied is hij op zee aan de Golf- en de Caribische kust te zien.

Sargassopijlstormvogel (Puffinus lherminieri)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee stil. In de kolonie 's nachts twitterende en miauwende roepen, zowel in de lucht als vanuit de nestholten.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC871522

Opname: William Mackin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

29–31 cm. Kleine, gedrongen, zwart-witte pijlstormvogel met korte, brede vleugels en een relatief lange staart. Bovendelen, kop tot onder het oog en staart zwartbruin; onderdelen en ondervleugel wit met een brede donkere rand. De onderstaartdekveren zijn donker, vaak het beste kenmerk. Snavel slank en donker, poten roze. Vliegt laag over het water met reeksen snelle, fladderende slagen en korte glijvluchten; bij harde wind wordt meer gezweefd. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De noordse pijlstormvogel Puffinus puffinus is groter, met langere, smallere vleugels, witte onderstaartdekveren, een witte halve maan achter de oorstreek en een rustiger vlucht met langere glijvluchten. Aan de Pacifische kant komt de soort niet voor; daar lijkt de galápagospijlstormvogel Puffinus subalaris sterk op haar.

Leefgebied

Open zee en kustwater, ook boven diep water dicht bij eilanden en riffen; foerageert vaak bij drijvend sargassowier en samen met sterns boven scholen roofvis. Eet kleine vis, inktvis en kreeftachtigen, gepikt van het oppervlak of gevangen met korte duiken. Broedt in rotsspleten, holten en holen op kleine eilandjes en cayos, en bezoekt de kolonies alleen 's nachts. Legt één wit ei.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Aan de Caribische kant van Panama en Costa Rica het geregeldst; in Panama broedt de soort op eilandjes bij Bocas del Toro, voor zover bekend de enige broedplaats in het gidsgebied. Verder op zee in de Golf van Mexico, onder meer voor Tamaulipas en Veracruz en boven de Campechebank ten noorden van Yucatán, en schaarser voor de Caribische kust van Belize, Honduras en Nicaragua. Ontbreekt aan de Pacifische kant; oudere meldingen daarvandaan betreffen vogels die nu tot andere soorten worden gerekend. Buiten het gidsgebied broedt de soort op de Bahama's en verspreid in de Antillen en trekt ze naar de Golfstroom en de Sargassozee. Op zee is ze slecht onderzocht, zodat het voorkomen in het gidsgebied onvolledig bekend is.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zeewaarnemingen en boottochten rond Bocas del Toro bieden de meeste kans; elders in de Golf van Mexico vooral op pelagische tochten in de zomer. De kleine maat, de snelle, fladderende vlucht en de donkere onderstaart zijn de beste kenmerken. Kolonies zijn kwetsbaar en worden het best niet betreden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd volgens de IUCN, die de soort nog in een ruimere opvatting beoordeelt. Veel kolonies zijn klein of verdwenen. Ingevoerde ratten, katten en mangoesten, het verzamelen van eieren en jongen, verstoring en bebouwing van broedeilandjes zijn de belangrijkste bedreigingen; op zee spelen olie- en plasticvervuiling een rol.

Wetenschappelijke naam

Puffinus lherminieri | Lesson, 1839

Lesson beschreef de soort in 1839 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Puffinus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Puffinus komt van het Engelse puffin en varianten daarvan, de naam voor het gezouten jong van de pijlstormvogel, vroeger een lekkernij. lherminieri eert de Franse natuuronderzoeker Félix Louis L'Herminier (1779–1833), die op Guadeloupe werkte en daar vogels verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Antillen (Saint-Barthélemy, Guadeloupe).