Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Zwartbuikpijlstormvogel
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes
Zwartbuikpijlstormvogel | Puffinus opisthomelas
Black-vented Shearwater | Pardela mexicana
De zwartbuikpijlstormvogel broedt vrijwel alleen op een paar eilanden voor de westkust van Baja California en is daarmee een soort van Mexico. Het grootste deel van de wereldpopulatie broedt op het kleine Isla Natividad. In tegenstelling tot de meeste pijlstormvogels blijft hij dicht onder de kust, zodat hij vaak vanaf het land te zien is, soms in lange rijen of grote groepen.
Geluid
Op zee stil. In de kolonies 's nachts hese, kreunende en krassende roepen, vanuit de holen en in de lucht.
Opname: Justyn Stahl — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
32–37 cm. Middelgrote pijlstormvogel met vrij korte, smalle vleugels. Bovendelen, staart en kop donker grijsbruin, zonder scherpe overgang naar de vuilwitte keel; de halszijde is vaak gevlekt of grijs gewassen. Onderdelen wit, met donkere flanken en donkere onderstaartdekveren. De ondervleugel is wit met brede, vage donkere randen en vaak grijzige dekveren. Snavel slank en donker, poten roze met een donkere buitenzijde. Vliegt laag over het water met reeksen snelle, stijve slagen en korte glijvluchten. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Townsends pijlstormvogel Puffinus auricularis is zwarter van boven, met een scherpe overgang van zwarte kop naar witte keel en een witte vlek op de flank die tot op de zijkant van de stuit reikt. De galápagospijlstormvogel Puffinus subalaris is kleiner, met een donkerder bovenzijde en een snellere, fladderende vlucht, en komt vooral verder naar het zuiden voor. De noordse pijlstormvogel Puffinus puffinus, aan deze kust zeer zeldzaam, is zwart en helder wit, met witte onderstaartdekveren. De chileense grote pijlstormvogel Ardenna creatopus is veel groter, met een roze snavel met een donkere punt en een tragere vlucht.
Leefgebied
Kustwater boven het continentaal plat, vaak binnen enkele kilometers van de kust en in baaien; minder vaak ver op zee. Eet kleine scholvis zoals ansjovis en sardine, en inktvis, gevangen aan het oppervlak of met duiken. Broedt in holen en rotsspleten op kale of spaarzaam begroeide eilanden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt op eilanden voor de westkust van Baja California: vooral op Isla Natividad, en verder op de San Benito-eilanden en Isla Guadalupe. Het hele jaar voor de Pacifische kust van Baja California, in het najaar en de winter ook talrijk in de Golf van Californië. Buiten de broedtijd trekt een deel zuidwaarts langs de westkust van Mexico tot Oaxaca, Guatemala en El Salvador; verder zuidelijk zijn er slechts enkele meldingen tot Costa Rica. Buiten het gidsgebied verschijnt de soort vooral in het najaar en de winter voor de kust van Californië, in sommige jaren noordwaarts tot Monterey.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Vanaf de kust van Baja California, zoals bij Ensenada en in de baaien aan de Pacifische kant, en vanaf veerboten in de Golf van Californië zijn groepen vaak al van het land te zien. De bruinige tint, de vuile kop en de donkere onderstaart onderscheiden de soort van de zwart-witte townsends pijlstormvogel.
Staat van instandhouding
Gevoelig. Omdat vrijwel de hele wereldpopulatie op een paar eilanden broedt, is de soort kwetsbaar voor verstoring daar. Ingevoerde katten en geiten zijn van de broedeilanden verwijderd, maar het instorten van holen door betreding, vissersnederzettingen op de eilanden, bijvangst in netten en olievervuiling blijven bedreigingen.
Wetenschappelijke naam
Puffinus opisthomelas | Coues, 1864
Coues beschreef de soort in 1864 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Puffinus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Puffinus komt van het Engelse puffin en varianten daarvan, de naam voor het gezouten jong van de pijlstormvogel, vroeger een lekkernij. opisthomelas is Grieks, van opisthe 'achter' en melas 'zwart': 'zwartrug', naar de donkere bovenzijde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cabo San Lucas, Baja California Sur, Mexico.



