Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Langsnavelwouw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Langsnavelwouw | Chondrohierax uncinatus

Hook-billed Kite | Gavilán pico gancho

De langsnavelwouw is een wouw van bos en bosrand die bijna uitsluitend leeft van boomslakken, die hij met zijn zware, sterk gehaakte snavel uit hun huisje trekt. Onder vaste eetplekken liggen vaak hoopjes lege slakkenhuisjes. Het verenkleed is zeer variabel, met grijze mannetjes, bruine vrouwtjes en een geheel zwarte vorm. In het gidsgebied is hij een standvogel van Sinaloa en Tamaulipas tot Panama.

Langsnavelwouw (Chondrohierax uncinatus)
Foto: miguelpodas — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een muzikaal, snel kwetterend fluitje, wi-i-i-i-i-oe, en een droog ratelend kekekekek, vooral rond het nest. Buiten de broedtijd weinig te horen.

Luister: ZangXC769603

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

38–51 cm, met brede, peddelvormige vleugels die bij de basis versmald zijn, een vrij lange staart en een grote, sterk gehaakte snavel. Het oog is wit tot lichtgroen; boven de teugel zit een oranjegele vlek naakte huid. Mannetjes zijn leigrijs met grijs gebandeerde onderdelen; vrouwtjes zijn bruin met een roestbruine halskraag en roestbruin gebandeerde onderdelen. Bij beide is de staart donker met twee of drie lichte banden. De donkere vorm is geheel zwartachtig met één brede witte staartband. Jonge vogels hebben een donkere kruin, een witte halskraag en witte, grof gebandeerde onderdelen. De snavelgrootte verschilt sterk tussen vogels en populaties.

Verwarrings­soorten

De grijze buizerd Buteo plagiatus heeft een donker oog, een kleine snavel, een kortere staart en compactere vleugels. De grijskopwouw Leptodon cayanensis heeft witte, ongebandeerde onderdelen en een donker oog. De slakkenwouw Rostrhamus sociabilis heeft een dunnere haaksnavel, een witte stuit en leeft in moerassen. De donkere vorm lijkt op de zwarte buizerd Buteogallus anthracinus, die een donker oog, gele poten en bredere vleugels heeft.

Leefgebied

Vochtig en droog bos, galerijbos, moerasbos, mangrove en bosranden, van het laagland tot in de bergen; ook in bosjes in cultuurland zolang er genoeg boomslakken zijn. Zoekt slakken in het bladerdak en de middenlaag van het bos, klimmend en hippend langs takken. Het nest is een klein, dun takkennest in een boom.

Verspreiding en trek

Standvogel aan de Pacifische kant van Mexico vanaf Sinaloa en Nayarit en aan de Golfkant vanaf Tamaulipas, zuidwaarts via Oaxaca, Chiapas en het schiereiland Yucatán door heel Midden-Amerika tot Panama. Plaatselijk schaars en verspreid. In het najaar worden boven Veracruz en Panama soms groepjes langsnavelwouwen gezien die met andere roofvogels meetrekken; waar die vogels vandaan komen is niet goed bekend. Buiten het gidsgebied in het uiterste zuiden van Texas, op enkele Caribische eilanden en in tropisch Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Hij zit vaak lang stil in het bladerdak en valt daardoor weinig op; de beste kans is in de ochtend, als vogels kort boven het bos cirkelen met de peddelvormige vleugels iets naar voren gestoken. Op plekken waar onder een boom veel lege boomslakkenhuisjes liggen, zit vaak een vaste eetplek.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Afhankelijk van bos met voldoende boomslakken; plaatselijk achteruit door ontbossing.

Wetenschappelijke naam

Chondrohierax uncinatus | (Temminck, 1822)

Temminck beschreef de soort in 1822 als Falco uncinatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chondrohierax werd in 1843 ingevoerd door Lesson. Chondrohierax is Grieks, van khondros 'grof' of 'kraakbeen' en hierax 'havik'; mogelijk omdat deze wouw geen benige wenkbrauwrand boven het oog heeft. uncinatus is Latijn voor 'gehaakt', van uncus 'haak', naar de grote, sterk gehaakte snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noord-Brazilië en de Guyana's (niet nader bepaald).