Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Zwaluwstaartwouw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Zwaluwstaartwouw | Elanoides forficatus

Swallow-tailed Kite | Milano tijereta

De zwaluwstaartwouw is een zwart-witte wouw met een lange, diep gevorkte staart, die vrijwel zijn hele leven in de lucht doorbrengt: hij vangt insecten in de vlucht, plukt hagedissen, boomkikkers en nestjongen uit het bladerdak en drinkt door laag over het water te scheren. In het gidsgebied is hij een zomergast die van januari of februari tot augustus of september in vochtig bos broedt en daarna naar Zuid-Amerika vertrekt. Daarnaast trekken vogels uit het zuidoosten van de Verenigde Staten in het voorjaar en najaar door.

Zwaluwstaartwouw (Elanoides forficatus)
Foto: Cephas — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, helder fluitend kliee-kliee-kliee of piee-piee, vaak in de vlucht, vooral bij groepjes boven het bos en rond het nest.

Luister: VluchtroepXC1132976

Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

50–64 cm inclusief de staart, die bijna de helft van de lengte uitmaakt. Kop, hals en onderdelen zijn wit; rug, vleugels en staart zijn zwart met een blauwige of groenige glans. In de vlucht zijn de lange, smalle vleugels van onderen wit op de dekveren en zwart op de slagpennen, en de staart is diep gevorkt met lange buitenste pennen. Jonge vogels hebben een kortere staart en fijne donkere strepen op kop en borst. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Door de kleur en de diep gevorkte staart vrijwel niet te verwarren. De Amerikaanse grijze wouw Elanus leucurus is lichtgrijs van boven en heeft een witte, niet gevorkte staart. De Mississippiwouw Ictinia mississippiensis en de donkergrijze wouw Ictinia plumbea zijn grijs, met een rechte of licht ingekeepte staart. De Amerikaanse fregatvogel Fregata magnificens heeft ook een gevorkte staart maar is veel groter, overwegend zwart en leeft aan de kust.

Leefgebied

Vochtig laaglandbos, heuvelbos en bergbos tot in het nevelwoud, bosranden en open plekken in het bos, en moerasbos; in de trektijd ook boven kustvlaktes en open land. Broedt hoog in de kruin van een uitstekende boom. Jaagt in de vlucht boven en langs het bladerdak, vaak in losse groepjes.

Verspreiding en trek

Broedt van het zuiden van Mexico (Veracruz, Oaxaca, Chiapas en het schiereiland Yucatán) door Belize, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot Panama, aan de Caribische kant algemener dan aan de Pacifische; in El Salvador schaars. De broedvogels komen in januari en februari aan en vertrekken in augustus en september naar Zuid-Amerika. Vogels uit het zuidoosten van de Verenigde Staten trekken in maart en april en vooral in augustus en september door het gidsgebied, met name langs de Golfkust van Veracruz, het schiereiland Yucatán en de Caribische kant van Midden-Amerika. Van oktober tot december zijn er vrijwel geen vogels in het gidsgebied. Buiten het gidsgebied broedend in het zuidoosten van de Verenigde Staten en in tropisch Zuid-Amerika.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Van februari tot mei cirkelen groepjes boven het bos in de Caribische laaglanden en heuvels van Costa Rica en Panama en in Belize, vaak in de loop van de ochtend als de thermiek op gang komt. In augustus en september trekken soms grote groepen langs de kust van Veracruz en het schiereiland Yucatán.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In de Verenigde Staten is het broedgebied in de twintigste eeuw sterk ingekrompen; in Midden-Amerika gevoelig voor het kappen van bos.

Wetenschappelijke naam

Elanoides forficatus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Falco forficatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Elanoides werd in 1818 ingevoerd door Vieillot. Elanoides betekent 'lijkend op Elanus', van het Griekse elanos 'wouw' en -oidēs 'gelijkend op'. forficatus is Latijn voor 'schaarvormig', van forfex 'schaar', naar de diep gevorkte staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Carolina, VS (naar Catesby).