Alle soorten › Genten en aalscholvers › Fregatvogels › Grote fregatvogel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Grote fregatvogel | Fregata minor

Great Frigatebird | Rabihorcado grande

De grote fregatvogel is de fregatvogel van de tropische oceaan. In het gidsgebied broedt hij alleen op de verre eilanden in de Stille Oceaan; voor de kust van het vasteland is hij schaars en daar wordt hij vaak over het hoofd gezien tussen de veel talrijkere Amerikaanse fregatvogels. Met zijn grote spanwijdte en lage gewicht zweeft hij dagenlang boven zee zonder ooit op het water te landen.

Grote fregatvogel (Fregata minor)
Foto: Jason Corriveau — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee stil. In de kolonie laten mannetjes een jodelend, gorgelend geluid horen, afgewisseld met snavelklepperen; vrouwtjes geven een raspend kwah.

Luister: VluchtroepXC619651

Opname: AUDEVARD Aurélien — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

85–105 cm, met een spanwijdte van ruim twee meter; een groot deel van de lengte is staart. Gebouwd als andere fregatvogels: smalle, gehoekte vleugels, een lange, gevorkte staart en een lange, gehaakte snavel. Het mannetje is geheel zwart met groene glans op kop en mantel, heeft een lichtbruine band over de bovenvleugel, roze tot rode poten en een felrode keelzak die in de balts als een ballon wordt opgeblazen. Het vrouwtje heeft een grijswitte keel, een witte borst die niet tot in de oksel doorloopt, en een roze tot rode oogring. Jonge vogels hebben een witte, roestig getinte kop en een witte borst en buik. Vrouwtjes zijn groter dan mannetjes.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse fregatvogel Fregata magnificens is iets groter. Het mannetje heeft purperen glans, geen lichte vleugelband en donkere poten; het vrouwtje heeft een zwarte keel, een blauwe oogring en wit dat zijdelings tot in de oksels reikt; jonge vogels hebben een zuiver witte kop zonder roestige tint. Zekere determinatie op zee vraagt een goede blik op keel, oogring en okselpatroon.

Leefgebied

Open tropische oceaan, vaak ver uit de kust boven warm, diep water. Pakt vliegende vissen en inktvissen aan het oppervlak en jaagt keerkringvogels en genten hun buit af. Broedt in kolonies in struiken en lage bomen op afgelegen oceanische eilanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedvogel op de Revillagigedo-eilanden voor de westkust van Mexico en op Isla del Coco voor Costa Rica. Daarbuiten schaars op zee voor de Pacifische kust van Mexico tot Panama, met af en toe een vogel boven de kust of in een baai, vooral in het zuiden van het gidsgebied. Aan de Caribische kant ontbreekt de soort vrijwel. De vogels in het gidsgebied behoren tot de ondersoort F. m. ridgwayi, die ook op de Galápagoseilanden broedt. Buiten het gidsgebied op tropische eilanden in de Stille en de Indische Oceaan en op enkele eilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kans bieden boottochten naar de Revillagigedo-eilanden of Isla del Coco, waar de soort talrijk is. Voor de kust van het vasteland loont het om groepen fregatvogels boven scholen vis op vrouwtjes met een lichte keel en een rode oogring te controleren.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, al neemt de populatie af. Bedreigingen zijn predatie door ingevoerde ratten en katten, verstoring en verlies van leefgebied op broedeilanden, en vangst voor consumptie. De broedeilanden in het gidsgebied zijn beschermd.

Wetenschappelijke naam

Fregata minor | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Pelecanus minor; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Fregata werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Fregata is afgeleid van het Franse frégate, 'fregat', een snel oorlogsschip — naar de snelle vlucht en de gewoonte andere zeevogels te beroven. minor is Latijn voor 'kleiner' — Gmelin onderscheidde hem zo van een grotere fregatvogel, al is dit feitelijk een van de grotere soorten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Christmaseiland, Indische Oceaan (later aangewezen).