Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Grijze koningstiran
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Grijze koningstiran | Tyrannus dominicensis
Grey Kingbird | Tirano gris
De grijze koningstiran is een grote, grijs-witte koningstiran met een donker masker en een lange, zware snavel. Hij broedt vooral op de eilanden van het Caribisch gebied en in Florida en bereikt het gidsgebied als doortrekker en wintergast, vooral langs de kust van het schiereiland Yucatán en de Caribische kust van Midden-Amerika.
Geluid
Een luid, rollend pi-tir-ri, waarop de Spaanse naam pitirre op de Caribische eilanden teruggaat; buiten het broedseizoen vaak stil.
Opname: Rory Nefdt — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
23–24 cm, met een grote kop, een lange, zware, rechte zwarte snavel en een vrij lange, ingekeepte staart. Bovendelen grijs, vleugels en staart donker grijsbruin. Een zwartachtig masker loopt van de snavel door het oog naar de oorstreek. Onderdelen wit, de borst grijzig overwaasd. Een gele tot oranje kruinvlek is meestal verborgen. De staart heeft geen witte top of witte buitenranden. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; jonge vogels zijn bruiner van boven, met roestkleurige randen aan vleugeldekveren en staart.
Verwarringssoorten
De koningstiran Tyrannus tyrannus, eveneens een doortrekker, heeft een zwartachtige kop en rug, een kortere snavel en een witte eindband aan de staart. De tropische koningstiran Tyrannus melancholicus en de Texaanse koningstiran Tyrannus couchii hebben een gele buik en een groenige rug. De diksnavelkoningstiran Tyrannus crassirostris heeft ook een zware snavel, maar een donkerder bruingrijze kop en lichtgele onderdelen, en leeft vooral aan de Pacifische kant van Mexico.
Leefgebied
Open terrein langs de kust: mangrove, strandbos, lagunes, kustdorpen, tuinen, weiland en bosranden met hoge, kale zitplaatsen. Jaagt vanaf een hoge, open zitplaats op grote vliegende insecten en eet ook vruchten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied vooral langs de kust van het schiereiland Yucatán en de Caribische kust van Midden-Amerika tot Panama; landinwaarts schaars. Broedt buiten het gidsgebied in het zuidoosten van de Verenigde Staten, op de Bahama's en de Antillen en plaatselijk langs de noordkust van Zuid-Amerika; overwintert vooral in het noorden van Zuid-Amerika.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Te zoeken op draden en kale takken langs de kust van het schiereiland Yucatán, vooral in de trektijd in het voorjaar en het najaar.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Heeft een groot verspreidingsgebied en is in het broedgebied algemeen; in het gidsgebied een vrij schaarse doortrekker en wintergast.
Wetenschappelijke naam
Tyrannus dominicensis | (Gmelin, 1788)
Gmelin beschreef de soort in 1788 als [Lanius Tyrannus] dominicensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tyrannus werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Tyrannus is Latijn (van Grieks turannos) voor 'tiran, alleenheerser', naar het agressieve gedrag waarmee deze vogels zelfs roofvogels verjagen. dominicensis betekent 'van Santo Domingo', de oude naam voor Hispaniola, waar de soort werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santo Domingo (Hispaniola).





