Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Grijskeeltiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijskeeltiran | Myiarchus cinerascens

Ash-throated Flycatcher | Papamoscas cenizo

De grijskeeltiran is de bleekste Myiarchus-tiran van het gidsgebied, een vogel van woestijn, struikgewas en open bos in het noorden en westen van Mexico. Een deel van de vogels broedt in het westen van de Verenigde Staten en overwintert in Mexico en het noorden van Midden-Amerika.

Grijskeeltiran (Myiarchus cinerascens)
Foto: Channel City Camera Club from Santa Barbara, US — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, rollend prrt en een tweelettergrepig ka-brik; in de broedtijd herhaalde, rollende roepen.

Luister: ZangXC1152919

Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm. Bovendelen grijsbruin, kruin iets bruiner en licht opgezet. Vleugels donker met twee lichte vleugelstrepen en roodbruine randen aan de handpennen. Staart met roodbruine binnenvlaggen; aan de punt van de buitenste veren loopt het donker over beide vlaggen. Keel en borst zeer lichtgrijs, buik bleekgeel. Snavel vrij kort en zwart. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De bleekkeeltiran Myiarchus nuttingi lijkt er sterk op, is iets kleiner en geler van onder, heeft een oranje in plaats van een vleeskleurige binnenkant van de bek en loopt het roodbruin op de staart door tot aan de punt; de roep verschilt. De cayennetiran Myiarchus tyrannulus is groter, met een zwaardere snavel en een gelere buik. De donkerkaptiran Myiarchus tuberculifer is kleiner, met een donkere kap.

Leefgebied

Woestijn met cactussen en struiken, doornstruweel, chaparral, open eiken- en jeneverbesbos en oeverbos in droge streken; in de winter ook in droog bos en struikgewas in het laagland. Vangt insecten vanaf een zitplaats en eet ook kleine vruchten. Broedt in een holte in een boom of cactus, soms in een nestkast of paal.

Verspreiding en trek

Broedt in Baja California, het noordwesten van Mexico en op de noordelijke hoogvlakte. In de winter verspreid over het westen en zuiden van Mexico, met een kleiner aantal tot in het noorden van Midden-Amerika. Buiten het gidsgebied broedvogel in het westen van de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In woestijn en droog struikgewas van het noorden van Mexico is dit vaak de enige Myiarchus. In het zuiden overlapt de soort in de winter met de bleekkeeltiran; daar zijn de roep en de kleur van de binnenkant van de bek het betrouwbaarst.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid en algemeen in droog, open terrein.

Wetenschappelijke naam

Myiarchus cinerascens | (Lawrence, 1851)

Lawrence beschreef de soort in 1851 als Tyrannula cinerascens; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiarchus werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Myiarchus is Grieks, van muia 'vlieg' en arkhos 'heerser': 'vliegenvorst'. cinerascens is Latijn voor 'asgrauw wordend, grijzig', naar de bleekgrijze keel en borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit West-Texas, Verenigde Staten.