Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Bleekkeeltiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Bleekkeeltiran | Myiarchus nuttingi

Nutting's Flycatcher | Papamoscas de Nutting

De bleekkeeltiran is een Myiarchus-tiran van droog bos en doornstruweel langs de Pacifische kant van Mexico en Midden-Amerika. Hij lijkt sterk op de grijskeeltiran en is in het veld vooral aan zijn roep te herkennen.

Bleekkeeltiran (Myiarchus nuttingi)
Foto: Nomdeploom — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, kort wiep of piek, vaak herhaald, en rollende, opgewonden reeksen.

Luister: ZangXC1184319

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

18 cm. Bovendelen grijsachtig olijfbruin, kruin iets bruiner. Vleugels donker met lichte vleugelstrepen en roodbruine randen aan de handpennen. Staart met roodbruine binnenvlaggen die tot aan de punt doorlopen. Keel en borst lichtgrijs, buik lichtgeel. Binnenkant van de bek oranje. Snavel zwart. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De grijskeeltiran Myiarchus cinerascens (vooral wintergast in hetzelfde gebied) is iets groter en bleker van onder, met een vleeskleurige binnenkant van de bek en een donkere punt aan de buitenste staartveren. De cayennetiran Myiarchus tyrannulus is groter, met een zwaardere snavel. De donkerkaptiran Myiarchus tuberculifer is kleiner, met een donkere kap en weinig roodbruin in de staart.

Leefgebied

Droog loofbos, doornstruweel, bosranden en oeverbos in droge streken, van het laagland tot in de lagere bergen. Vangt insecten vanaf een zitplaats in de onderste en middelste lagen. Broedt in een boomholte.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Komt alleen voor in het gidsgebied: de Pacifische kant van Mexico, van het zuiden van Sonora zuidwaarts, en verder door Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua tot het noordwesten van Costa Rica; ook in droge binnendalen van Chiapas, Guatemala en Honduras.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het droge Pacifische laagland komen soms drie of vier Myiarchus-soorten samen voor. Het scherpe wiep wijst op de bleekkeeltiran.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in droog bos en struikgewas.

Wetenschappelijke naam

Myiarchus nuttingi | Ridgway, 1882

Ridgway beschreef de soort in 1882 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Myiarchus werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Myiarchus is Grieks, van muia 'vlieg' en arkhos 'heerser': 'vliegenvorst'. nuttingi eert de Amerikaanse zoöloog Charles Cleveland Nutting (1858–1927), die in Costa Rica en Nicaragua vogels verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hacienda La Palma aan de Golf van Nicoya, Costa Rica.