Alle soorten › Steltloperachtigen › Scholeksters › Amerikaanse zwarte scholekster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Amerikaanse zwarte scholekster | Haematopus bachmani

Black Oystercatcher | Ostrero negro

De Amerikaanse zwarte scholekster is een geheel donkere, gedrongen scholekster met een lange, oranjerode snavel en bleekroze poten, gebonden aan de rotskusten van de Pacifische Oceaan. In het gidsgebied bereikt hij de zuidgrens van zijn verspreiding: hij is een schaarse standvogel langs de Pacifische kust van Baja California en op de eilanden daarvoor.

Amerikaanse zwarte scholekster (Haematopus bachmani)
Foto: Becky Matsubara from El Sobrante, California — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zeer luidruchtig. De roep is een luid, doordringend wiep of kliep, vaak in reeksen. Bij de balts en bij territoriumgeschillen lopen of vliegen paren naast elkaar met een versnellend, schel gepiep dat in een triller overgaat.

Luister: RoepXC469350

Opname: Barry Edmonston — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

42–47 cm, gedrongen, met een dikke hals en korte, stevige, bleekroze poten. Het hele verenkleed is zwartbruin, op kop en hals het donkerst; in de vlucht zijn de vleugels effen donker, zonder wit. De snavel is lang, recht, zijdelings afgeplat en helder oranjerood; het oog is geel met een rode oogring. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; het vrouwtje heeft gemiddeld een iets langere snavel. Jonge vogels zijn bruiner, met lichte randen aan de veren van de bovendelen en een donkere snavelpunt.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse bonte scholekster Haematopus palliatus heeft een witte buik, een witte vleugelstreep en een witte stuit; langs de kust van Baja California komen gemengde paren en bastaarden voor met een gevlekte, deels donkere buik. De zwarte steenloper Arenaria melanocephala en de brandingloper Calidris virgata foerageren op dezelfde rotsen, maar zijn veel kleiner, met korte, donkere snavels.

Leefgebied

Rotskusten met een brede getijdenzone, rotsige eilandjes en grind- en keienstranden, waar de vogels foerageren op de rotsen die bij eb droogvallen. Eet mosselen, aan rotsen vastzittende schelpdieren zoals napslakken, en krabben; schelpen worden opengewrikt of met de snavel opengehakt. Leeft het hele jaar in vaste paren in een territorium aan de kust. Het nest is een kuiltje met wat schelpgruis of steentjes op een rots of grindstrand boven de vloedlijn.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen langs de Pacifische kust van Baja California, van de grens met de Verenigde Staten zuidelijk tot het noorden van Baja California Sur, met de eilanden voor de kust zoals Todos Santos, San Martín, San Benito, Cedros en Natividad. Elders in Mexico en Midden-Amerika ontbreekt hij. Buiten het gidsgebied langs de Pacifische kust van Noord-Amerika noordwaarts tot Alaska en de Aleoeten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Te vinden op rotskusten bij laag water, zoals bij Punta Banda en La Bufadora ten zuiden van Ensenada en op de rotsen van de Islas de Todos Santos. Ondanks het donkere verenkleed vallen de vogels op door hun luide roep en de felgekleurde snavel.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De populatie in Mexico is klein en beperkt tot een smalle kuststrook en een aantal eilanden; verstoring door mensen, ingevoerde roofdieren op broedeilanden en olievervuiling zijn mogelijke bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Haematopus bachmani | Audubon, 1838

Audubon beschreef de soort in 1838 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Haematopus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Haematopus is Grieks, van haima 'bloed' en pous 'voet', naar de rode poten. bachmani eert de Amerikaanse predikant en natuuronderzoeker John Bachman (1790–1874), vriend en medewerker van Audubon. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit monding van de Columbia, noordwestelijke Verenigde Staten.