Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › San-Andrésvireo

San-Andrésvireo | Vireo caribaeus

San Andres Vireo | Vireo de San Andrés

De San-Andrésvireo komt alleen voor op San Andrés, een eiland van ongeveer 13 bij 4 km in het zuidwesten van de Caribische Zee, dat bij Colombia hoort maar dichter bij Nicaragua ligt. Op het eiland is hij een van de algemeenste vogels, maar door het kleine leefgebied geldt hij als kwetsbaar. Hij is verwant aan de mangrovevireo Vireo pallens van het Midden-Amerikaanse vasteland en is soms als diens ondersoort beschouwd.

San-Andrésvireo (Vireo caribaeus)
Foto: Félix Uribe from Rionegro, Antioquia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Er zijn drie typen geluid bekend: een eenlettergrepig gekwetter, een herhaalde tweelettergrepige zang en een drielettergrepige zang. Zingende vogels herhalen een motief vele malen achter elkaar.

Luister: ZangXC995329

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 12,5 cm. De bovendelen zijn olijfgroen, de onderdelen witachtig tot lichtgeel. De vleugel heeft twee witte vleugelstrepen, en de slagpennen hebben lichte randen. De teugel is lichtgeel, de iris grijsbruin. De snavel is iets slanker en donkerder dan die van de mangrovevireo. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Er is op San Andrés geen andere standvogel onder de vireo's. Op het nabijgelegen Providencia leeft de dikbekvireo Vireo crassirostris, met een zwaardere snavel. Vireo's die tijdens de trek langs het eiland komen, zoals de roodoogvireo Vireo olivaceus, zijn groter, hebben geen vleugelstrepen en wel een grijze kruin met een witte wenkbrauwstreep. De mangrovezanger Setophaga petechia is geler, zonder witte vleugelstrepen, en heeft een dunnere, puntige snavel.

Leefgebied

Struikrijke weiden, dicht struweel, verwilderde cacao- en kokospercelen, bosjes met een dichte ondergroei en de mangrove in het binnenland van het eiland. Zoekt van vlak boven de grond tot ongeveer 5 m hoogte, soms tot 10 m in hoge bomen, naar geleedpotigen en rupsen. Broedt in kleine territoria van rond een halve hectare; nesten zijn gevonden in een vork van een mangrovetak op 1–2 m hoogte.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op San Andrés (Colombia). Het zwaartepunt ligt in het minder bebouwde zuidelijke deel van het eiland, maar de soort is ook in het midden en noorden vastgesteld. Een vermelding voor Providencia berust niet op bewijs. Buiten San Andrés komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het zuidelijke deel van San Andrés, in struikgewas langs weiden en in de begroeiing rond de mangrove in het binnenland. De herhaalde zang is het beste aanknopingspunt; de vogel foerageert laag en is in dichte begroeiing pas bij beweging te zien.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar. De wereldpopulatie wordt geschat op ongeveer 8200 tot 14.000 vogels op hooguit enkele tientallen vierkante kilometers. Het leefgebied krimpt door de groei van de bevolking en de bebouwing, door kokosplantages en door aantasting van de mangrove; daarnaast is het eiland kwetsbaar voor orkanen. De soort verdraagt wel enige aantasting van de begroeiing.

Wetenschappelijke naam

Vireo caribaeus | Bond & Meyer de Schauensee, 1942

Bond & Meyer de Schauensee beschreef de soort in 1942 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot. Vireo werd door Latijnse schrijvers gebruikt voor een kleine, groene trekvogel, waarschijnlijk de wielewaal; ook de groenling is voorgesteld. caribaeus is Latijn voor 'Caribisch', naar het eiland San Andrés in de Caribische Zee waar de soort voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit San Andrés, Colombia.