Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Puerto Ricaanse troepiaal

Puerto Ricaanse troepiaal | Icterus portoricensis

Puerto Rican Oriole | Turpial puertorriqueño

De Puerto Ricaanse troepiaal is een zwarte troepiaal met gele accenten die alleen op Puerto Rico voorkomt. Hij werd lang ingedeeld bij de Antilliaanse troepiaal, samen met de vormen van Cuba, Hispaniola en de Bahama's, maar wordt sinds 2010 als aparte soort beschouwd. Hij is sterk aan palmen gebonden, zowel om te foerageren als om te nestelen. Op Puerto Rico heet hij calandria.

Puerto Ricaanse troepiaal (Icterus portoricensis)
Foto: Thibaud Aronson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp kiek of tsjek en een zachter tsjup. De zang is een gevarieerde reeks stijgende en dalende fluittonen, met zoemende en kwetterende elementen; beide seksen zingen.

Luister: ZangXC943859

Opname: Michelle Moyer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm, slank, met een vrij lange staart en een spitse, licht gebogen snavel. Volwassen vogels zijn grotendeels glanzend zwart, met geel op de schouder, de onderrug, de stuit, de onderbuik en de onderstaartdekveren. Van de verwante eilandvormen heeft deze soort het minste geel op de rug; het bovenste deel van de stuit is zwart. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn olijfgroen tot geelolijf, met een gelige onderrug en vaak een roestbruine zweem op kop en borst; onvolwassen vogels krijgen geleidelijk zwarte vlekken.

Verwarrings­soorten

De geelschoudertroepiaal Agelaius xanthomus heeft ook gele schouders, maar is verder geheel zwart, zonder geel op stuit en buik, en heeft een kortere, rechte snavel. De Antilliaanse troepiaal Quiscalus niger en de glanskoevogel Molothrus bonariensis zijn geheel zwart. De ingevoerde troepiaal Icterus icterus is groter en oranje, met een witte vleugelvlek en blauwe naakte huid rond het oog. De Baltimoretroepiaal Icterus galbula, een zeldzame wintergast, is oranje met een zwarte kop en witte vleugelstrepen.

Leefgebied

Bos van zeeniveau tot ongeveer 1000 m, vooral waar palmen staan: droog en vochtig loofbos, bergbos, mangrove, kokosplantages, palmgaarden en tuinen. Eet insecten, vruchten, nectar en bloemen en doorzoekt daarbij vaak palmbladeren. Het nest is een geweven mandje van palmvezels dat onder een palmblad hangt. Het broedseizoen valt vooral van februari tot juli.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Puerto Rico, verspreid over het eiland van het laagland tot in de bergen. Buiten Puerto Rico komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Palmen in parken, tuinen en bosranden zijn de beste plekken; de vogels foerageren vaak aan de onderkant van palmbladeren en zijn dan alleen te zien aan het geel van de stuit en de schouder. Het scherpe tsjek verraadt de aanwezigheid.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar de soort wordt aangetast door broedparasitisme van de glanskoevogel, vooral in het kustlaagland.

Wetenschappelijke naam

Icterus portoricensis | Bryant, 1866

Bryant beschreef de soort in 1866 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. portoricensis is Latijn voor 'van Puerto Rico', het eiland waar de soort voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Puerto Rico.