Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Puerto Ricaanse troepiaal
Puerto Ricaanse troepiaal | Icterus portoricensis
Puerto Rican Oriole | Turpial puertorriqueño
De Puerto Ricaanse troepiaal is een zwarte troepiaal met gele accenten die alleen op Puerto Rico voorkomt. Hij werd lang ingedeeld bij de Antilliaanse troepiaal, samen met de vormen van Cuba, Hispaniola en de Bahama's, maar wordt sinds 2010 als aparte soort beschouwd. Hij is sterk aan palmen gebonden, zowel om te foerageren als om te nestelen. Op Puerto Rico heet hij calandria.
Geluid
Een scherp kiek of tsjek en een zachter tsjup. De zang is een gevarieerde reeks stijgende en dalende fluittonen, met zoemende en kwetterende elementen; beide seksen zingen.
Opname: Michelle Moyer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
20–22 cm, slank, met een vrij lange staart en een spitse, licht gebogen snavel. Volwassen vogels zijn grotendeels glanzend zwart, met geel op de schouder, de onderrug, de stuit, de onderbuik en de onderstaartdekveren. Van de verwante eilandvormen heeft deze soort het minste geel op de rug; het bovenste deel van de stuit is zwart. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn olijfgroen tot geelolijf, met een gelige onderrug en vaak een roestbruine zweem op kop en borst; onvolwassen vogels krijgen geleidelijk zwarte vlekken.
Verwarringssoorten
De geelschoudertroepiaal Agelaius xanthomus heeft ook gele schouders, maar is verder geheel zwart, zonder geel op stuit en buik, en heeft een kortere, rechte snavel. De Antilliaanse troepiaal Quiscalus niger en de glanskoevogel Molothrus bonariensis zijn geheel zwart. De ingevoerde troepiaal Icterus icterus is groter en oranje, met een witte vleugelvlek en blauwe naakte huid rond het oog. De Baltimoretroepiaal Icterus galbula, een zeldzame wintergast, is oranje met een zwarte kop en witte vleugelstrepen.
Leefgebied
Bos van zeeniveau tot ongeveer 1000 m, vooral waar palmen staan: droog en vochtig loofbos, bergbos, mangrove, kokosplantages, palmgaarden en tuinen. Eet insecten, vruchten, nectar en bloemen en doorzoekt daarbij vaak palmbladeren. Het nest is een geweven mandje van palmvezels dat onder een palmblad hangt. Het broedseizoen valt vooral van februari tot juli.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Puerto Rico, verspreid over het eiland van het laagland tot in de bergen. Buiten Puerto Rico komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Palmen in parken, tuinen en bosranden zijn de beste plekken; de vogels foerageren vaak aan de onderkant van palmbladeren en zijn dan alleen te zien aan het geel van de stuit en de schouder. Het scherpe tsjek verraadt de aanwezigheid.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, maar de soort wordt aangetast door broedparasitisme van de glanskoevogel, vooral in het kustlaagland.
Wetenschappelijke naam
Icterus portoricensis | Bryant, 1866
Bryant beschreef de soort in 1866 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. portoricensis is Latijn voor 'van Puerto Rico', het eiland waar de soort voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Puerto Rico.





