Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Sint-Luciatroepiaal
Sint-Luciatroepiaal | Icterus laudabilis
St. Lucia Oriole | Turpial de Santa Lucía
De Sint-Luciatroepiaal is een van de drie troepialen die elk op één eiland van de Kleine Antillen voorkomen, naast de Montserrat- en de Martiniquetroepiaal. Hij is zwart en oranje en leeft verspreid over het eiland, van het bergbos tot de mangrove. De soort is achteruitgegaan en geldt als bedreigd.
Geluid
De zang is een reeks gevarieerde fluittonen van ongeveer twee seconden. Roepen zijn een raspend tsjwie en een zacht tsjup.
Opname: Barry Edmonston — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
20–22 cm, slank, met een lange staart en een spitse, licht gebogen snavel. Volwassen vogels zijn zwart, met roestig oranje op de schouder, de stuit, de buik en de onderstaartdekveren. Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is iets doffer, met meer goudoranje dan roestoranje. Onvolwassen vogels missen het zwart grotendeels en zijn bruinig tot olijfkleurig, met goudolijf waar de adulte vogel oranje is.
Verwarringssoorten
De Caribische troepiaal Quiscalus lugubris en de glanskoevogel Molothrus bonariensis zijn geheel zwart en missen het oranje. Het mannetje van het Antillendikbekje Loxigilla noctis is veel kleiner, met een dikke snavel en een roodbruine keel. Op Saint Lucia komt geen andere inheemse troepiaal voor; de Baltimoretroepiaal Icterus galbula is in de Kleine Antillen een dwaalgast en heeft witte vleugelstrepen.
Leefgebied
Vochtig bergregenwoud, halfgroen en droog bos, secundair bos, kustbos, mangrove en de randen van plantages, van zeeniveau tot ongeveer 700 m; de grootste aantallen leven in het vochtige bos. Foerageert in de boomkruinen op insecten, vruchten en nectar. Het nest is een geweven mandje van plantenvezels onder een bananen- of palmblad; het broedseizoen valt vooral van april tot juni.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Saint Lucia, verspreid over het grootste deel van het eiland maar met een steeds plaatselijker voorkomen. Buiten Saint Lucia komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Bosranden en open bos in het binnenland, onder meer langs de paden in het bergbos, bieden de beste kansen. Paren zijn vaak eerst te horen aan de raspende roep.
Staat van instandhouding
Bedreigd. De populatie telt naar schatting iets meer dan 1000 volwassen vogels en neemt af door verlies van bos, het spuiten van bestrijdingsmiddelen in de landbouw en broedparasitisme door de glanskoevogel, die zich op het eiland heeft gevestigd.
Wetenschappelijke naam
Icterus laudabilis | Sclater, 1871
Sclater beschreef de soort in 1871 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. laudabilis is Latijn voor 'lofwaardig, prijzenswaardig', naar de fraaie zwart-oranje tekening. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Saint Lucia.




