Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Bahamatroepiaal

Bahamatroepiaal | Icterus northropi

Bahama Oriole | Turpial de las Bahamas

De Bahamatroepiaal is een zwart-gele troepiaal die alleen nog op Andros voorkomt en tot de zeldzaamste troepialen ter wereld behoort. Tot 2010 werd hij als ondersoort van de Grote Antillentroepiaal beschouwd. Vroeger leefde hij ook op Abaco, maar daar is hij sinds de jaren negentig verdwenen.

Bahamatroepiaal (Icterus northropi)
Foto: Kristin A. Bakkegard — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De roep is een kort, scherp tsjek. Daarnaast contact- en alarmroepen. De zang, een reeks heldere fluittonen, is vooral kort na zonsopkomst te horen, maar niet vaak.

Luister: ZangXC277360

Opname: Jesse Fagan — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm, slank, met een lange staart en een spitse, zwarte snavel. Kop, rug, keel en bovenborst zijn zwart; vanaf het midden van de borst tot de onderstaart is de vogel geel, evenals de dijen, de stuit, de onderrug en de schouder. De grote dekveren en de handpennen hebben smalle witte randen en de buitenste staartpennen kleine witte toppen. De ondervleugel is geel, de poten zijn blauwgrijs. Het geel reikt op de onderdelen verder naar voren dan bij de verwante soorten op Hispaniola, Cuba en Puerto Rico. De seksen zijn gelijk of vrijwel gelijk. Jonge vogels zijn olijfgrijs met een geelachtige kop.

Verwarrings­soorten

Op Andros geen andere standvogeltroepiaal. De Baltimoretroepiaal Icterus galbula en de tuintroepiaal Icterus spurius zijn schaarse wintergasten: het mannetje van de eerste is oranje en zwart, dat van de tweede kastanjebruin en zwart, en vrouwtjes en jonge vogels zijn olijfgeel met duidelijke witte vleugelstrepen. De bruinkopkoevogel Molothrus ater en de glanskoevogel Molothrus bonariensis hebben geen geel.

Leefgebied

Kokospalmen in en rond nederzettingen, tuinen en erven met palmen en bananen, en het Caribische pijnbos met een onderlaag van palmen; ook loofbos en kustbos. Lange tijd werd gedacht dat de soort voor het broeden vrijwel geheel van kokospalmen bij dorpen afhing; later onderzoek liet zien dat ook in het pijnbos wordt gebroed, in inheemse palmen, pijnbomen en struiken in de onderlaag. Het nest is een hangende buidel onder een palmblad.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Andros: North Andros, Mangrove Cay en South Andros. Op Abaco, waar de soort vroeger voorkwam, is ze sinds de jaren negentig niet meer gezien. Daarbuiten komt de soort nergens voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de nederzettingen langs de oostkust van North Andros en South Andros, bij groepjes kokospalmen en in tuinen, vroeg in de ochtend wanneer de vogels roepen en zingen. Lokale gidsen weten vaak waar paren zitten. Verstoring bij nestpalmen moet worden vermeden.

Staat van instandhouding

Bedreigd (EN). De populatie is klein; in 2011 werd ze op hooguit enkele honderden vogels geschat, al wijst later onderzoek in het pijnbos op meer vogels dan toen aangenomen. Bedreigingen zijn broedparasitisme door de glanskoevogel, die de Bahama's sinds midden jaren negentig heeft bereikt, het afsterven van kokospalmen door de ziekte lethal yellowing, verlies van leefgebied, ingevoerde roofdieren en orkanen.

Wetenschappelijke naam

Icterus northropi | Allen, 1890

Allen beschreef de soort in 1890 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. northropi eert de Amerikaanse zoöloog John Isaiah Northrop (1861–1891), die in 1890 op de Bahama's verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Andros, Bahama's.