Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Lessons dikbekje

Lessons dikbekje | Sporophila bouvronides

Lesson's Seedeater | Semillero de Lesson

Lessons dikbekje is een klein zaadetertje van graslanden in het noorden van Zuid-Amerika, dat in het Caribisch gebied alleen op Trinidad voorkomt. Het is een trekvogel: het broedt in de regentijd in het noorden van het continent en op Trinidad en trekt daarna naar het Amazonegebied. Lang gold het als ondersoort van het witsterdikbekje Sporophila lineola; sinds 2007 wordt het weer als aparte soort erkend.

Lessons dikbekje (Sporophila bouvronides)
Foto: Hector Bottai — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang begint met enkele harde tonen en gaat dan over in een melodieus deel; op Trinidad is hij beschreven als een lange, rollende triller gevolgd door gekwetter.

Luister: ZangXC939914

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm, met een korte, dikke, ronde snavel. Het mannetje is mat zwart op kop, rug, vleugels en staart, met een grote, driehoekige witte vlek op wang en onderste oorstreek, een smalle witte stuitband en wit aan de basis van de handpennen. De keel is zwart, de borst wit met vage zwarte vlekken, de buik witachtig. Snavel en poten zijn zwart. Het vrouwtje is olijfbruin van boven, met een roomgele keel, een geelbruine borst en een lichtere buik; de bovensnavel is donker, de ondersnavel hoornkleurig.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van het witsterdikbekje is bijna gelijk, maar heeft een smalle witte middenstreep over de zwarte kruin, die bij Lessons dikbekje ontbreekt. De vrouwtjes van beide soorten zijn in het veld nauwelijks te scheiden. Ook vrouwtjes van het geelbuikdikbekje Sporophila nigricollis en het dwergdikbekje Sporophila minuta lijken erop. Het vrouwtje van de jacarinagors Volatinia jacarina heeft een spitsere snavel en een gestreepte borst.

Leefgebied

Grasland, weiland en struikrijk open terrein, meestal in de buurt van water; in de broedtijd ook aan bosranden en op open plekken in bos. Eet vooral graszaden, die van de aren worden gepikt, vaak samen met andere dikbekjes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad een broedvogel van de regentijd, die in de droge tijd vermoedelijk geheel vertrekt; de precieze status op het eiland is onvoldoende bekend. Van Tobago en de andere eilanden niet bekend. Broedt verder van het noordoosten van Colombia door het noorden van Venezuela tot in het noorden van de Guyana's en overwintert in het Amazonegebied van Colombia, Ecuador, Peru, Bolivia en Brazilië. Dwaalgasten zijn in Panama en Costa Rica vastgesteld.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Tussen mei en november in vochtig grasland en weiland in het laagland van Trinidad. Zingende mannetjes zitten boven op een grashalm of struik, waar de witte wangvlek op afstand opvalt. Elk mannetje is het nagaan waard op een witte kruinstreep, het kenmerk van het witsterdikbekje.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Een vrij algemene soort van open landschappen, die profiteert van de omzetting van bos in weiland. Het trekgedrag is nog slecht bekend.

Wetenschappelijke naam

Sporophila bouvronides | (Lesson, 1831)

Lesson beschreef de soort in 1831 als Pyrrhula bouvronides; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sporophila werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Sporophila is Grieks, van sporos 'zaad' en philos 'liefhebber': 'zaadliefhebber'. bouvronides verwijst naar 'Bouvreuil bouvron', de Franse naam voor het witsterdikbekje, met het Griekse -idēs 'lijkend op': de soort lijkt sterk op die verwant. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Trinidad (later aangewezen).