Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › La Sagra's tiran

La Sagra's tiran | Myiarchus sagrae

La Sagra's Flycatcher | Copetón de La Sagra

De La Sagra's tiran is de Myiarchus van Cuba, de Bahama's en Grand Cayman, genoemd naar de Spaanse natuuronderzoeker Ramón de la Sagra. Het is een slanke, bleke soort die vaak laag in het bos jaagt. Op Cuba heet hij bobito grande. Op de Bahama's leeft de ondersoort lucaysiensis, die in geluid afwijkt van de Cubaanse vogels.

La Sagra's tiran (Myiarchus sagrae)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een kort, gefloten wiep en een piepend wit-wit; de ochtendzang is een herhaalde reeks van zulke tonen. Bahamaanse vogels klinken anders dan Cubaanse.

Luister: RoepXC993996

Opname: FREDERIC Lionel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–22 cm, slank, met een plattere kruin dan andere Myiarchus-soorten. Kruin en bovendelen zijn rookbruin tot olijfbruin, het gezicht asgrijs. De vleugels zijn bruin, met roestbruine randen aan de handpennen; de staart is bruin met wat roestbruin aan de binnenvlaggen. De onderdelen zijn bleek asgrijs tot witachtig, hooguit met een zweem geel op de onderbuik. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De grote kuiftiran Myiarchus crinitus, een doortrekker en wintergast, is groter en heeft een donkerder grijze keel en borst, een fel gele buik en veel roestbruin in de staart. De bruinbuikpiewie Contopus caribaeus is kleiner, zonder kuif en roestbruin, met een witte halvemaanvlek achter het oog. De dikkopkoningstiran Tyrannus caudifasciatus en de grijze koningstiran Tyrannus dominicensis zijn groter, met een zwaardere snavel, en zitten open.

Leefgebied

Pijnbos, droog en halfgroen loofbos, kalksteenbos, gemengd bos, mangrove en kuststruweel, van zeeniveau tot ongeveer 1500 m. Jaagt in de lagere laag, waarbij hij na een korte uitval vanaf een zitplaats insecten en vruchten in zweefvlucht pakt. Broedt van april tot juli in boomholten of holle bamboestengels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Cuba en Isla de la Juventud, met omliggende cayos, en Grand Cayman (ondersoort sagrae); de Bahama's, vooral de noordelijke en middelste eilanden met pijn- en loofbos (ondersoort lucaysiensis). Dwaalt zeldzaam naar het zuiden van Florida.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Cuba in vrijwel elk bos, onder meer op het schiereiland Zapata en in de Sierra del Rosario; op de Bahama's in het pijnbos van Grand Bahama, Abaco en Andros. Let op de bleke onderzijde, die de soort onderscheidt van de geelbuikige grote kuiftiran in de winter.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar de aantallen nemen vermoedelijk af. De soort is gevoelig voor verlies van leefgebied door orkanen en het kappen van bos.

Wetenschappelijke naam

Myiarchus sagrae | (Gundlach, 1852)

Gundlach beschreef de soort in 1852 als Muscicapa sagrae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiarchus werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Myiarchus is Grieks, van muia 'vlieg' en arkhos 'heerser': 'vliegenvorst'. sagrae eert de Spaanse natuuronderzoeker Ramón de la Sagra (1798–1871), die op Cuba werkte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cuba.