Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Dikkoptiran
Dikkoptiran | Myiarchus stolidus
Stolid Flycatcher | Manuelito
De dikkoptiran is een middelgrote Myiarchus van Jamaica en Hispaniola. Op Hispaniola is hij de enige soort van het geslacht en heet hij manuelito; op Jamaica deelt hij het eiland met de Jamaicatiran en de oranjestaarttiran. Er zijn twee ondersoorten: stolidus op Jamaica en dominicensis op Hispaniola.
Geluid
Een rollend wie-ie-ie, een swie-ip en een gonzend bzzrt; op Hispaniola ook een klagend hoe-ie.
Opname: Johan Chaves — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
19–21 cm, met een kleine kuif. Kruin en bovendelen zijn olijfgroen tot olijfbruin, het gezicht donkergrijs. De vleugels zijn bruin; de handpennen hebben roestbruine randen, de armpennen en grote dekveren grijswitte randen die twee lichte vleugelstrepen en een licht vleugelpaneel vormen. De staart is bruin met roestbruine binnenvlaggen, op Hispaniola aan alle staartpennen. Keel en borst zijn licht asgrijs, buik en onderstaart geel. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Op Jamaica is de oranjestaarttiran Myiarchus validus groter, met veel meer roestbruin en een donkerder grijze borst; de Jamaicatiran Myiarchus barbirostris is kleiner, met een donkere kap en geler onderzijde. De grote kuiftiran Myiarchus crinitus, een zeldzame wintergast, heeft een donkerder grijze keel en borst en een fellere gele buik. De Hispaniolapiewie Contopus hispaniolensis is kleiner, zonder kuif en zonder geel.
Leefgebied
Vooral droog laaglandbos en struweel, ook het binnenste en de randen van vochtiger bos, mangrove en op Hispaniola pijnbos, van zeeniveau tot 1800 m, maar hoger in de bergen schaarser. Jaagt vanaf een zitplaats in de lagere en middelste laag op insecten en eet ook vruchten. Nestelt in boomholten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Jamaica (ondersoort stolidus) en Hispaniola, in zowel Haïti als de Dominicaanse Republiek, inclusief eilanden voor de kust (ondersoort dominicensis). Buiten deze eilanden komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Jamaica in droog laaglandbos langs de zuidkust, zoals de Hellshire Hills; in de Dominicaanse Republiek vrijwel overal in droog bos, bijvoorbeeld in het zuidwesten rond het Lago Enriquillo en in Parque Nacional del Este. De lichte vleugelstrepen helpen bij het onderscheid met de andere Jamaicaanse Myiarchus-soorten.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, maar de aantallen lijken af te nemen door het verdwijnen van bos door houtkap, vuur, landbouw en verstedelijking en door orkaanschade.
Wetenschappelijke naam
Myiarchus stolidus | (Gosse, 1847)
Gosse beschreef de soort in 1847 als Myiobius stolidus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiarchus werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Myiarchus is Grieks, van muia 'vlieg' en arkhos 'heerser': 'vliegenvorst'. stolidus is Latijn voor 'dom, traag', naar het tamme, lijdzame gedrag dat Gosse opviel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.





