Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Dikkoptiran

Dikkoptiran | Myiarchus stolidus

Stolid Flycatcher | Manuelito

De dikkoptiran is een middelgrote Myiarchus van Jamaica en Hispaniola. Op Hispaniola is hij de enige soort van het geslacht en heet hij manuelito; op Jamaica deelt hij het eiland met de Jamaicatiran en de oranjestaarttiran. Er zijn twee ondersoorten: stolidus op Jamaica en dominicensis op Hispaniola.

Dikkoptiran (Myiarchus stolidus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een rollend wie-ie-ie, een swie-ip en een gonzend bzzrt; op Hispaniola ook een klagend hoe-ie.

Luister: RoepXC819211

Opname: Johan Chaves — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm, met een kleine kuif. Kruin en bovendelen zijn olijfgroen tot olijfbruin, het gezicht donkergrijs. De vleugels zijn bruin; de handpennen hebben roestbruine randen, de armpennen en grote dekveren grijswitte randen die twee lichte vleugelstrepen en een licht vleugelpaneel vormen. De staart is bruin met roestbruine binnenvlaggen, op Hispaniola aan alle staartpennen. Keel en borst zijn licht asgrijs, buik en onderstaart geel. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Op Jamaica is de oranjestaarttiran Myiarchus validus groter, met veel meer roestbruin en een donkerder grijze borst; de Jamaicatiran Myiarchus barbirostris is kleiner, met een donkere kap en geler onderzijde. De grote kuiftiran Myiarchus crinitus, een zeldzame wintergast, heeft een donkerder grijze keel en borst en een fellere gele buik. De Hispaniolapiewie Contopus hispaniolensis is kleiner, zonder kuif en zonder geel.

Leefgebied

Vooral droog laaglandbos en struweel, ook het binnenste en de randen van vochtiger bos, mangrove en op Hispaniola pijnbos, van zeeniveau tot 1800 m, maar hoger in de bergen schaarser. Jaagt vanaf een zitplaats in de lagere en middelste laag op insecten en eet ook vruchten. Nestelt in boomholten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Jamaica (ondersoort stolidus) en Hispaniola, in zowel Haïti als de Dominicaanse Republiek, inclusief eilanden voor de kust (ondersoort dominicensis). Buiten deze eilanden komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Jamaica in droog laaglandbos langs de zuidkust, zoals de Hellshire Hills; in de Dominicaanse Republiek vrijwel overal in droog bos, bijvoorbeeld in het zuidwesten rond het Lago Enriquillo en in Parque Nacional del Este. De lichte vleugelstrepen helpen bij het onderscheid met de andere Jamaicaanse Myiarchus-soorten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar de aantallen lijken af te nemen door het verdwijnen van bos door houtkap, vuur, landbouw en verstedelijking en door orkaanschade.

Wetenschappelijke naam

Myiarchus stolidus | (Gosse, 1847)

Gosse beschreef de soort in 1847 als Myiobius stolidus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiarchus werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Myiarchus is Grieks, van muia 'vlieg' en arkhos 'heerser': 'vliegenvorst'. stolidus is Latijn voor 'dom, traag', naar het tamme, lijdzame gedrag dat Gosse opviel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.