Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Oranjestaarttiran
Oranjestaarttiran | Myiarchus validus
Rufous-tailed Flycatcher | Copetón colirrufo
De oranjestaarttiran is de grootste van de drie Myiarchus-soorten van Jamaica en komt alleen op dat eiland voor. Door het vele roestbruin in vleugels en staart onderscheidt hij zich van de andere twee. Hij leeft vooral in bos in de heuvels en bergen.
Geluid
Een snel, rollend, dalend prie-ie-ie-ie-ie, dat aan het hinniken van een paard doet denken; daarnaast kortere roepen.
Opname: Peter de Rouw — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
23–25 cm, groot en langstaartig, met een kuif en een zware, donkere snavel. De kruin is rookbruin, het gezicht leigrijs, de rug dof olijf. Vleugels en staart hebben zoveel roestbruin aan de veerranden en binnenvlaggen dat de gesloten vleugel en de staart bijna geheel roestbruin lijken. Keel en borst zijn donkergrijs, de buik geel. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De dikkoptiran Myiarchus stolidus is duidelijk kleiner, met bleker grijze borst, lichte randen aan de armpennen die vleugelstrepen vormen en minder roestbruin. De Jamaicatiran Myiarchus barbirostris is veel kleiner, met een donkere kap en een geler onderzijde. De dikkopkoningstiran Tyrannus caudifasciatus heeft een zwartachtige kap, een witte onderzijde en geen roestbruin.
Leefgebied
Vochtig en droger bos, bergregenwoud, nevelwoud, het kalksteenbos van Cockpit Country, secundair bos en bosranden, op alle hoogten maar vooral tussen ongeveer 300 en 2000 m. Foerageert in de middelste laag en de kroon op insecten en vruchten. Nestelt in boomholten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Jamaica, over het hele eiland waar voldoende bos staat, het talrijkst in de heuvels en bergen. Buiten Jamaica komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Bospaden in de Blue Mountains, de John Crow Mountains en Cockpit Country. Het hinnikende geluid verraadt de vogel; in vlucht valt het roestbruin van vleugels en staart op.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd en vrij algemeen. Het kappen van bos voor landbouw en houtwinning vermindert plaatselijk het leefgebied.
Wetenschappelijke naam
Myiarchus validus | Cabanis, 1847
Cabanis beschreef de soort in 1847 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Myiarchus werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Myiarchus is Grieks, van muia 'vlieg' en arkhos 'heerser': 'vliegenvorst'. validus is Latijn voor 'krachtig, fors', naar de grootte: dit is de grootste Myiarchus van Jamaica. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.




