Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Grijze sidderspotlijster
Grijze sidderspotlijster | Cinclocerthia gutturalis
Grey Trembler | Cocobino gris
De grijze sidderspotlijster is een van de twee sidderspotlijsters, een geslacht dat alleen op de Kleine Antillen voorkomt. Ze danken hun naam aan het trillen met de half geopende, hangende vleugels, een gedrag dat bij deze soort vaak te zien is. Hij leeft alleen op Martinique en Saint Lucia en werd vroeger als ondersoort van de bruine sidderspotlijster beschouwd.
Geluid
Herhaalde noten en trillende, gefloten frasen, van schor tot welluidend, en daarnaast ruwe scheldnoten en bevende fluittonen.
Opname: Arne Thelin — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
23–26 cm, met een lange, licht gebogen, zwartachtige snavel en een staart die vaak rechtop wordt gehouden. De bovendelen zijn grijsbruin, de kopzijden donkerder, als een masker. Keel en midden van de borst zijn vuilwit tot geelachtig wit; borstzijden, flanken en dijen grijsbruin, de flanken het donkerst. De onderzijde is ongevlekt. De iris is geel. De seksen zijn gelijk, maar vrouwtjes hebben een duidelijk langere snavel. Jonge vogels zijn bruiner, met een gevlekte borst.
Verwarringssoorten
Op Martinique en Saint Lucia geen andere sidderspotlijster; de bruine sidderspotlijster Cinclocerthia ruficauda leeft op de eilanden ten noorden en zuiden daarvan en is bruiner, met een roodbruine tint. De geschubde spotlijster Allenia fusca en de witoogspotlijster Margarops fuscatus hebben een kortere snavel en een sterk gevlekte of gestreepte onderzijde. De Martiniquespotlijster Ramphocinclus brachyurus is donker chocoladebruin met een scherp afgezette witte onderzijde en een rode iris.
Leefgebied
Vooral oud, vochtig bos, zowel in het laagland als in de bergen; minder strikt aan vochtig bos gebonden dan de bruine sidderspotlijster en ook in droger struweel, open bos en ouder secundair bos. Foerageert op alle hoogten en ook op de grond, waarbij de lange snavel in bladrozetten, epifyten, mos en dode bladeren wordt gestoken. Eet vooral ongewervelde dieren, aangevuld met kleine vruchten, onder meer van palmen. Het nest is overkoepeld, met een ingang aan de zijkant, in een palm of boomholte.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Martinique (nominaatvorm gutturalis) en Saint Lucia (macrorhyncha), op beide eilanden vooral in de beboste binnenlanden. Buiten deze twee eilanden komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het beste langs bospaden in het vochtige binnenland, bijvoorbeeld in het regenwoud van Saint Lucia en in de bossen van het noorden van Martinique. Een vogel die met de staart omhoog en trillende vleugels op een tak of liaan zit, is de soort meteen; de roep is vaak de eerste aanwijzing.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is vrij algemeen en de populatie lijkt stabiel, maar het verspreidingsgebied is klein en kwetsbaar voor ontbossing en orkaanschade.
Wetenschappelijke naam
Cinclocerthia gutturalis | (de Lafresnaye, 1843)
De Lafresnaye beschreef de soort in 1843 als R[amphocinclus] gutturalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cinclocerthia werd in 1840 ingevoerd door Gray. Cinclocerthia combineert Cinclus (van Grieks kinklos 'lijster') en Certhia 'boomkruiper': een lijsterachtige vogel die als een boomkruiper langs stammen klautert. gutturalis is Latijn voor 'van de keel', naar de grijze keel die deze soort van de bruine sidderspotlijster onderscheidt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Martinique.



