Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Graslandsaffraangors
Graslandsaffraangors | Sicalis luteola
Grassland Yellow Finch | Chirigüe sabanero
De graslandsaffraangors is een kleine, gestreepte gele gors van open grasland. In het Caribisch gebied heeft hij een tweeledige herkomst: op Barbados en enkele andere eilanden van de Kleine Antillen stamt hij vermoedelijk af van vogels die rond 1900 op Barbados werden vrijgelaten, terwijl hij Trinidad op eigen kracht vanuit Venezuela heeft bereikt.
Geluid
De roep is een scherp te-tsip, vaak in de vlucht gegeven. De zang is een reeks tjirpende, zoemende en trillende geluiden, gezongen vanaf een stengel of struik of tijdens een baltsvlucht boven het grasland.
Opname: Mateus Gonçalves Santos — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
11–12,5 cm, klein, met een korte, kegelvormige snavel. Het mannetje is van boven olijfbruin, met donkere streepjes op kruin, nek en rug, en heeft een gele stuit. Rond het oog en op de teugel is het helder geel; de onderdelen zijn geel, met een olijfkleurige zweem op de borst. Het vrouwtje is van boven lichtbruin met donkere strepen en van onder doffer, bleekgeel. Jonge vogels zijn bruiner en vager geel, met fijne streepjes op de borst.
Verwarringssoorten
De gewone saffraangors Sicalis flaveola is groter, heeft een oranje voorhoofd en kruin en een vrijwel ongestreepte gele rug. Het vrouwtje van het geelbuikdikbekje Sporophila nigricollis heeft een kortere, dikkere snavel, een ongestreepte olijfbruine rug en een bleek gelige buik. Door het gele rond het oog en de gestreepte rug is de graslandsaffraangors van andere kleine gele vogels te onderscheiden.
Leefgebied
Open grasland, savanne, weiden, akkers en ruigten met hoog gras, ook de randen van moerassen en natte graslanden. Zoekt op de grond en in het gras naar zaden. Buiten de broedtijd vaak in groepen, soms met andere zaadeters. Het nest ligt laag in een graspol.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Op Barbados ingevoerd, volgens de literatuur waarschijnlijk rond 1900, en sindsdien plaatselijk algemeen. Van daaruit of door verdere invoer gevestigd op Martinique, St. Lucia, St. Vincent en Grenada; van Guadeloupe en Antigua zijn eveneens waarnemingen bekend. Op Trinidad voor het eerst rond 2004 vastgesteld, vermoedelijk na natuurlijke kolonisatie vanuit Venezuela, en daar nu plaatselijk aanwezig in open grasland en akkerland. Verder in Zuid-Amerika van Colombia en de Guyana's tot Argentinië, met geïsoleerde populaties in Midden-Amerika en Mexico; vogels uit het zuiden van het verspreidingsgebied trekken in de zuidelijke winter noordwaarts.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Barbados in grasland, weiden en ruige akkerranden in het laagland. De vogels zitten vaak laag in het gras en vliegen pas op korte afstand op; de gele stuit en de scherpe vluchtroep helpen dan bij de herkenning.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en profiteert van het openen van bos voor weiden en akkers. Op de Kleine Antillen is het een exoot.
Wetenschappelijke naam
Sicalis luteola | (Sparrman, 1789)
Sparrman beschreef de soort in 1789 als Emberiza luteola; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sicalis werd in 1828 ingevoerd door Boie. Sicalis komt van het Griekse sikalis, een klein vogeltje met een zwarte kop dat Aristoteles en Epicharmus noemen, mogelijk een grasmus. luteola is een verkleinwoord van het Latijnse luteus 'saffraangeel', naar het gele verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit niet vermeld.




