Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Caribische grijze saltator

Caribische grijze saltator | Saltator olivascens

Olive-grey Saltator | Pepitero oliváceo

De Caribische grijze saltator is een forse, grijze tangare met een zware snavel, die op Trinidad algemeen is in tuinen, plantages en bosranden. Hij werd lang als deel van de grijze saltator Saltator coerulescens beschouwd, maar is sinds 2021 bij het IOC een aparte soort, op grond van verschillen in zang en erfelijk materiaal.

Caribische grijze saltator (Saltator olivascens)
Foto: Fernando Flores — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een stotterende reeks wat ruwe, dalende fluittonen; beide seksen zingen en paren zingen soms in duet. De roep is een kort, hoog tsiet.

Luister: ZangXC721914

Opname: Hernán Arias — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–21 cm, fors, met een lange staart en een dikke, zwarte, licht gehaakte snavel. Kop, rug, vleugels en staart zijn donker grijs; ondanks de Engelse naam is de rug nauwelijks olijfkleurig. Een korte witte wenkbrauwstreep loopt van de snavel tot boven het oog, met een smalle witte halve maan onder het oog. De witte keel wordt aan weerszijden begrensd door een zwarte baardstreep. De onderdelen zijn lichtgrijs, de flanken en onderstaartdekveren zeemkleurig tot kaneelkleurig. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn, vooral van onder, olijfgroen en geel overwaasd.

Verwarrings­soorten

De gestreepte saltator Saltator striatipectus, in het gebied alleen op Chacachacare, heeft een olijfgroene rug en een lichte, donker gestreepte borst, en mist de scherpe zwarte baardstreep. De antillensaltator Saltator albicollis van de Kleine Antillen heeft eveneens een groene rug en een gestreepte borst en komt niet op Trinidad voor. De tropische spotlijster Mimus gilvus is ook grijs, maar slanker, met een dunne snavel en witte toppen aan de staart.

Leefgebied

Bosranden, struweel, secundaire begroeiing, de randen van moerassen en cultuurland met verspreide bomen; ook in tuinen, boomgaarden, plantages en stadsparken. Zingt vaak vanuit de kruinen, maar foerageert op alle hoogten. Eet vooral plantaardig voedsel, met name vruchten en bladeren, en voert de jongen met insecten. Vaak lange tijd rustend, zingend of poetsend.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op Trinidad, waar de soort algemeen is in het laagland en de heuvels; op Tobago ontbreekt ze. De vogels van Trinidad behoren tot de ondersoort brewsteri, die ook in het noordoosten van Colombia en in Venezuela leeft. Verder komt de ondersoort plumbeus voor in het noorden van Colombia en de nominaatvorm in het zuiden van Venezuela, de Guyana's en het aangrenzende noorden van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad in vrijwel elke tuin, plantage of bosrand in het laagland. De luide, stotterende zang is het beste aanknopingspunt; de zingende vogel zit vaak hoog en vrij in een boom.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is algemeen en past zich goed aan door de mens gevormd landschap aan, zoals tuinen, boomgaarden en parken.

Wetenschappelijke naam

Saltator olivascens | Cabanis, 1849

Cabanis beschreef de soort in 1849 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Saltator werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Saltator is Latijn voor 'danser, springer', naar de huppende bewegingen van deze vogels. olivascens is Latijn voor 'olijfkleurig wordend, olijfachtig', naar de grijsolijfkleurige bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guyana.