Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Geelkaptroepiaal

Geelkaptroepiaal | Chrysomus icterocephalus

Yellow-hooded Blackbird | Turpial cabeciamarillo

De geelkaptroepiaal is een Zuid-Amerikaanse moerasvogel die in het Caribisch gebied alleen op Trinidad broedt. Mannetjes met hun gele kap vallen op in rietvelden, rijstvelden en moerassen, waar de soort in kolonies broedt.

Geelkaptroepiaal (Chrysomus icterocephalus)
Foto: Alejandro Bayer Tamayo from Armenia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roept een droog tsjek en een dalend fluitje. De zang bestaat uit enkele korte tonen of fluitjes die eindigen in een ruw gezoem, en een meer gevarieerde reeks kwetterende tonen.

Luister: ZangXC1000567

Opname: David Ricardo Rodríguez-Villamil — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17–19 cm, met een spitse, kegelvormige zwarte snavel. Het mannetje is glanzend zwart, met een heldergele kop, keel, hals en bovenborst en een zwarte teugel rond het oog. Het vrouwtje is onopvallend: grijsachtig olijfbruin van boven met donkere streepjes, een olijfgele kruin en wang, en een gele wenkbrauwstreep, keel en bovenborst; de rest van de onderdelen is olijfbruin. Jonge mannetjes lijken eerst op het vrouwtje en krijgen geleidelijk de zwarte en gele tekening.

Verwarrings­soorten

De gele troepiaal Icterus nigrogularis is groter en vooral geel, met een zwarte keel en zwarte vleugels, geen gele kap op een zwart lichaam. De zwartkopsoldatenspreeuw Leistes militaris heeft bij het mannetje een rode keel en borst. Vrouwtjes van de glanskoevogel Molothrus bonariensis zijn egaal bruin zonder geel.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen met riet, biezen en typha, rijstvelden, overstroomde graslanden, de randen van vijvers en zuiveringsvijvers, plaatselijk ook brakke moerassen bij mangrove. Eet insecten en zaden, vaak in groepen, ook buiten de broedtijd. Het mannetje heeft vaak meerdere vrouwtjes; de nesten zijn kommen van natte zegge en gras tussen de moerasbegroeiing, in kolonies van soms tientallen nesten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op Trinidad, vooral in het westen en zuiden: de Caroni-rijstvelden en -moerassen, het Nariva-moeras en de vijvers van Trincity en Waterloo. Op Tobago ontbreekt de soort. Dwaalgast op Aruba (Bubali, 2016–2017) en Curaçao (Klein Hofje, 2015); kooiontsnapping is daar niet uitgesloten. Buiten het gebied in het noorden van Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot de Guyana's en langs de Amazone tot in Peru.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste in de Caroni-rijstvelden en bij de vijvers van Trincity, waar mannetjes zingend op rietstengels zitten. Vrouwtjes zijn te herkennen aan het gele gezicht en de gele keel tussen olijfbruin.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in geschikte moerassen. Plaatselijk verdwijnt leefgebied door het droogleggen van wetlands, maar de soort maakt veel gebruik van rijstvelden.

Wetenschappelijke naam

Chrysomus icterocephalus | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als O[riolus] icterocephalus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chrysomus werd in 1837 ingevoerd door Swainson. Chrysomus is Grieks, van khrusōma 'bewerkt goud, iets van goud', naar het goudgele verenkleed. icterocephalus is Grieks, van ikteros 'geelzucht, geel' en -kephalos '-kop', naar de gele kop van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.