Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Dwergkolibrie

Dwergkolibrie | Mellisuga minima

Vervain Hummingbird | Zumbadorcito

De dwergkolibrie is na de bijkolibrie de kleinste vogel ter wereld, en op Jamaica en Hispaniola algemeen. Hij mist de iriserende keelvlek die bij de meeste kolibries voorkomt en is daardoor een van de egaalst gekleurde soorten. Mannetjes zingen veel en lang voor een kolibrie.

Dwergkolibrie (Mellisuga minima)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje zingt vanaf een kale twijg langdurig een ritmisch, zeer hoog en piepend lied van herhaalde lettergrepen. Bij confrontaties maken beide seksen een droog, tsjirpend gekwetter.

Luister: ZangXC819347

Opname: Johan Chaves — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 6 cm, inclusief een korte, rechte zwarte snavel van 1 cm. Het mannetje is dof metaalgroen van boven, op de stuit bijna zwart, en grijswit van onder met fijne donkere stippels op kin en keel. De staart is zwart en licht gevorkt. Het vrouwtje is groen tot blauwgroen van boven en lichtgrijs van onder, met een afgeronde staart waarvan de buitenste veren witte punten hebben. Een iriserende keelvlek ontbreekt bij beide seksen.

Verwarrings­soorten

Door het formaat en de egaal lichte onderdelen met niemand te verwarren. Op Hispaniola is de Hispaniolasmaragdkolibrie Riccordia swainsonii veel groter, met een diep gevorkte staart; het mannetje is groen van onder. Op Jamaica zijn de wimpelstaarten Trochilus polytmus en T. scitulus en de Jamaicaanse mango Anthracothorax mango alle veel groter. Grote insecten, zoals pijlstaartvlinders, kunnen bij bloemen voor een dwergkolibrie worden gehouden.

Leefgebied

Een breed scala aan open en halfopen landschappen: droog bos, galerijbos, doornstruweel en cactusscrub, de randen van vochtig bos, plantages, akkermozaïek, tuinen en stadsparken, van zeeniveau tot ongeveer 1600 m. Mijdt het binnenste van dicht bergbos. Bezoekt kleine bloemen, ook van kruiden zoals ijzerhard, waaraan de Engelse naam ontleend is. Het nest is een klein kommetje dat met spinrag aan een twijg is vastgemaakt; de broedtijd loopt van december tot augustus.

Verspreiding en trek

Standvogel op Jamaica en op Hispaniola, zowel in Haïti als in de Dominicaanse Republiek, inclusief de grotere eilanden voor de kust. Een onbevestigde waarneming van Puerto Rico. Buiten het gebied komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Jamaica en Hispaniola algemeen in tuinen, hotelterreinen en droog struikgewas, ook in de steden. Het zingende mannetje op een kale uitkijkpost verraadt de soort het eerst; bij bloeiende lage struiken is de vogel met wat geduld van dichtbij te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot leefgebied op twee eilanden, een stabiele populatie en past zich goed aan door de mens veranderde landschappen aan.

Wetenschappelijke naam

Mellisuga minima | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Trochilus minimus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Mellisuga werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Mellisuga is Latijn, van mel 'honing' en sugere 'zuigen': 'honingzuiger', naar het nectar drinken. minima is Latijn voor 'de kleinste', naar het nietige formaat. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.