Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Cubaanse smaragdkolibrie

Cubaanse smaragdkolibrie | Riccordia ricordii

Cuban Emerald | Zunzún

De Cubaanse smaragdkolibrie is de algemeenste kolibrie van Cuba en komt daarnaast voor op enkele noordelijke eilanden van de Bahama's. Hij is vrijwel overal te vinden waar bloemen staan, van kustbos tot hoog in de bergen en midden in de steden. Op Cuba heet hij zunzún.

Cubaanse smaragdkolibrie (Riccordia ricordii)
Foto: gailhampshire from Cradley, Malvern, U.K — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje laat een snelle, rollende reeks slie-tonen horen, afgewisseld met sputterende, metalige geluiden. Het vrouwtje heeft in vlucht een hoog sieee; beide seksen maken daarnaast zoemende en kwetterende geluiden.

Luister: RoepXC996476

Opname: FREDERIC Lionel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9,5–11,5 cm, het vrouwtje kleiner dan het mannetje, met een licht gebogen snavel met zwarte punt. Het mannetje is glanzend metaalgroen, van onder glinsterend smaragdgroen, met witte onderstaartdekveren en een klein wit vlekje achter het oog. De staart is lang, diep gevorkt en donker blauwzwart. Het vrouwtje is groen van boven en bruingrijs van onder, met groene flanken, witte onderstaartdekveren, een langere witachtige streep achter het oog en een minder diep gevorkte staart met grijze punten.

Verwarrings­soorten

De bijkolibrie Mellisuga helenae is veel kleiner, met een korte staart en lichtgrijze onderdelen. Op de Bahama's heeft de Bahamaboself Nesophlox evelynae een kortere, recht afgesneden of smal gevorkte staart en roestbruine flanken en buik; het mannetje heeft een paarsrode keel. De robijnkeelkolibrie Archilochus colubris, een schaarse wintergast, is van onder grotendeels wit en heeft een kortere staart.

Leefgebied

Droog en vochtig open bos, bosranden, kustbos en kuststruweel, pijnbos (op de Bahama's vooral pijnbos en struweel), plantages, parken en tuinen, van zeeniveau tot minstens 1300 m. Zuigt nectar aan een grote verscheidenheid aan bloemen en bezoekt voerflessen. Broedt vooral van april tot juli; het kommetje van plantenvezels en spinrag zit 1–4 m boven de grond.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op Cuba, Isla de la Juventud en vele kleinere eilandjes voor de Cubaanse kust, en op de Bahama's op Grand Bahama, Abaco, Andros en Green Cay. Buiten het gebied een enkele dwaalgast in Florida.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Cuba algemeen in vrijwel elke tuin met bloeiende struiken, ook in Havana, en in elk bosgebied. Op de Bahama's te vinden in het pijnbos en in tuinen op Grand Bahama en Abaco. Het vrouwtje is aan de lichte oogstreep en de groene flanken te herkennen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is in het grootste deel van haar verspreidingsgebied algemeen en past zich goed aan door de mens veranderde landschappen aan.

Wetenschappelijke naam

Riccordia ricordii | (Gervais, 1835)

Gervais beschreef de soort in 1835 als Ornismya Ricordii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Riccordia werd in 1854 ingevoerd door Reichenbach. Riccordia eert de Franse chirurg en natuuronderzoeker Alexandre Ricord (geb. 1798), naar wie ook de typesoort ricordii heet. ricordii eert de Franse chirurg en natuuronderzoeker Alexandre Ricord (geb. 1798), die in het Caribisch gebied verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santiago de Cuba, Cuba.