Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Bijkolibrie
Bijkolibrie | Mellisuga helenae
Bee Hummingbird | Zunzuncito
De bijkolibrie is de kleinste vogel ter wereld: een mannetje meet ongeveer 5,5 cm en weegt rond de 2 gram. De soort komt alleen op Cuba voor en is daar plaatselijk en ongelijk verspreid. In vlucht maakt de vogel een zoemend geluid en wordt hij vaak voor een groot insect gehouden. Op Cuba heet hij zunzuncito.
Geluid
Een hoog, rommelig getjilp. Mannetjes zingen vanaf een kale twijg een snelle reeks zeer hoge, piepende tonen; in vlucht is een fijn gezoem van de vleugels te horen.
Opname: Matt Slaymaker — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
5–6 cm, het vrouwtje iets groter dan het mannetje, met een korte, rechte zwarte snavel. Het mannetje is blauwgroen van boven en grijswit van onder. In de broedtijd zijn kop en keel iriserend vuurrood tot roze, met verlengde veren aan de zijkanten van de keel; buiten de broedtijd is de kruin groen en is alleen de keel rood. Het vrouwtje is blauwgroen van boven en lichtgrijs van onder, met witte punten aan de buitenste staartveren en een klein wit vlekje achter het oog.
Verwarringssoorten
De Cubaanse smaragdkolibrie Riccordia ricordii is bijna twee keer zo lang, met een gevorkte, donkere staart; het mannetje is egaal glanzend groen van onder en het vrouwtje heeft groene flanken. De robijnkeelkolibrie Archilochus colubris, een schaarse wintergast op Cuba, is duidelijk groter en langsnaveliger; vrouwtjes en jonge vogels zijn groener van boven en hebben een langere staart. Een vliegende bijkolibrie lijkt vooral op een hommel of een kleine pijlstaartvlinder.
Leefgebied
Bosranden en open plekken in droog en halfgroen bos, kalksteenbos op de mogotes, moerasbos en de begroeiing langs de kust, vooral waar veel lianen en epifyten groeien; ook tuinen met bloeiende planten in de buurt van bos. Zuigt nectar aan kleine bloemen en vangt kleine insecten. Het nest is een minuscuul kommetje van spinrag, schors en korstmos, enkele meters boven de grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Endemisch op Cuba, waar de soort sterk versnipperd voorkomt: in het westen in de mogotegebieden van Pinar del Río, in het moerasgebied van Zapata en in het oosten in onder meer de Sierra Cristal en het gebied rond Alexander von Humboldt. Ook van Isla de la Juventud bekend, waar ze schaars is. Buiten Cuba komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het schiereiland Zapata is de bekendste plek, met name tuinen met bloeiende struiken in dorpen als Palpite en Bermejas. Een mannetje zit vaak lang op dezelfde kale twijg en keert daar na elke vlucht naar terug; die vaste uitkijkpost is het beste aanknopingspunt.
Staat van instandhouding
Gevoelig. Het leefgebied is versnipperd en gaat verloren door ontbossing en de omzetting van bos in landbouwgrond. De soort is ongelijk verspreid en op veel plaatsen schaars.
Wetenschappelijke naam
Mellisuga helenae | (Lembeye, 1850)
Lembeye beschreef de soort in 1850 als Orthorhynchus helenae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Mellisuga werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Mellisuga is Latijn, van mel 'honing' en sugere 'zuigen': 'honingzuiger', naar het nectar drinken. helenae eert Helena (Elena) Booth († 1850), echtgenote van de Cubaanse planter Carlos Booth, vriend van de natuuronderzoeker Juan Gundlach. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cárdenas, Cuba.





