Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Blauwe kiekendief

Blauwe kiekendief | Circus cyaneus

Hen Harrier | Aguilucho pálido

De blauwe kiekendief is een slanke roofvogel van open land die laag en zwalkend boven gras en moeras jaagt. De vogels die in het Caribisch gebied overwinteren komen uit Noord-Amerika en behoren tot de Amerikaanse vorm, die tegenwoordig meestal als aparte soort wordt beschouwd, de Amerikaanse blauwe kiekendief Circus hudsonius; in deze gids staan ze onder de oude, ruimere opvatting.

Blauwe kiekendief (Circus cyaneus)
Foto: Bengt Nyman from Vaxholm, Sweden — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In het winterkwartier vrijwel altijd stil. Bij onrust een snelle reeks kek-kek-kek.

Luister: RoepXC945791

Opname: Jorge Leitão — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

41–52 cm, met lange, smalle vleugels die in glijvlucht in een ondiepe V worden gehouden, een lange staart en een kenmerkende witte stuit. Het gezicht heeft een uilachtige sluier. Het volwassen mannetje is van boven grijs, van onder wit met fijne roestkleurige vlekjes, met zwarte vleugelpunten en een donkere achterrand aan de vleugel. Het vrouwtje is groter, van boven bruin en van onder geelachtig met donkere strepen; de staart is gebandeerd. Onvolwassen vogels lijken op het vrouwtje, maar zijn van onder egaal kaneelkleurig.

Verwarrings­soorten

Buffons kiekendief Circus buffoni, alleen op Trinidad, is groter, met nog langere vleugels en een donker of zwart-wit kleed. De bruine kiekendief Circus aeruginosus mist de witte stuit. De velduil Asio flammeus jaagt op dezelfde manier boven grasland, maar heeft een grote ronde kop en een korte staart.

Leefgebied

Savanne, weiland, rietmoerassen, overstroomde graslanden, rijstvelden en suikerrietvelden, ook zoutvlakten en open kustmoerassen. Vliegt laag en langzaam boven de vegetatie, met korte glijvluchten, en laat zich plotseling vallen op muizen, ratten, kleine vogels en grote insecten. Rust en slaapt op de grond.

Verspreiding en trek

Schaarse wintergast op de Bahama's, de Turks- en Caicoseilanden, Cuba, Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek) en Puerto Rico; zeldzamer op de Kaaimaneilanden, Jamaica en de Maagdeneilanden. In de Kleine Antillen zeldzaam tot dwaalgast. In het westen van Cuba trekken in het najaar kleine aantallen langs. Buiten het gebied broedt de Amerikaanse vorm in Canada en het noorden van de Verenigde Staten en overwintert hij tot in Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika.

  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste in de late middag boven grote open moerassen, rijstvelden en graslanden in Cuba, Hispaniola en Puerto Rico. Een slanke roofvogel die laag en wiegend boven het riet vliegt en een witte stuit laat zien, is vrijwel zeker een kiekendief.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In Noord-Amerika neemt de soort plaatselijk af door het verdwijnen van graslanden en moerassen, de broedgebieden van de overwinteraars.

Wetenschappelijke naam

Circus cyaneus | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Falco cyaneus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Circus werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Circus komt van het Griekse kirkos, een roofvogel die naar zijn cirkelende vlucht werd genoemd. cyaneus is Latijn voor 'donkerblauw', naar het blauwgrijze kleed van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de omgeving van Londen.